Manifest over de toekomst van het geschiedenisonderwijs

Dit manifest is een zeer beknopte samenvatting van Bij de Tijd 2 dat aangeboden wordt op het derde nationale geschiedenisonderwijscongres op 10 maart 2017 in de voormalige vergaderzaal van de Tweede Kamer. Voor het volledige programma kijk hier.

  1. Door historisch denken en redeneren kunnen leerlingen verbindingen leggen tussen verleden, heden en toekomst. De wereld ver weg en dichtbij wordt daardoor begrijpelijker.
  2. Goed geschiedenisonderwijs over bijvoorbeeld de ontwikkeling van democratie en rechtstaat en andere vormen van bestuur, kritisch omgaan met informatie en beelden van het verleden, zicht op rol van personen, draagt bij aan burgerschapsvorming. Met kennis kunnen leerlingen op de (historische) alternatieven van onze bestuursvorm reflecteren.
  3. Goed geschiedenisonderwijs draagt bij aan persoonsvorming. Kennis van en inzicht in keuzes van mensen en processen in het verleden helpen bij het vinden van antwoorden op vragen als: wie ben ik?, wie zou ik willen zijn? en wat vind ik belangrijk?
  4. Leren over het verleden gebeurt mede aan de hand van vragen die relevant zijn in het heden.  Daarom sluit geschiedenisonderwijs aan bij de ervaringen en interesses van leerlingen en bij wat in de huidige samenleving actueel en relevant is.
  5. Een chronologisch referentiekader is een goed hulpmiddel om zich te oriënteren in de tijd. De tien tijdvakken en kenmerkende aspecten zijn toe aan evaluatie en bijstelling.
  6. Het leerstofkeuze-instrument (zie schema p. 18 van Bij de Tijd 2) kan docenten, syllabimakers en schoolboekenschrijvers helpen bij het ontwerpen van een curriculum met een goed doordachte, efficiënte doorgaande lijn voor het totale geschiedenisonderwijs.
  7. Er wordt vanuit het vakspecifieke van geschiedenis meer samengewerkt met andere vakken om programma’s op elkaar af te stemmen en vakoverstijgend te kunnen werken. Scholen dienen de vrijheid te hebben om daarvoor zelf de meest geschikte organisatievorm te kiezen.
  8. Het is van belang om ook de doelen die passen bij historisch denken en redeneren en de relaties tussen heden, verleden en toekomst te toetsen, zowel op school als bij het centrale examen.
  9. Belangrijke voorwaarden voor goed geschiedenisonderwijs zijn goed opgeleide vakdocenten in primair en secundair onderwijs met voldoende tijd en ruimte voor het ontwikkelen en uitvoeren van goed onderwijs en levenslange professionalisering. Bij onderwijsvernieuwing zijn voldoende tijd en middelen nodig voor de ontwikkeling daarvan.
  10. De VGN, als vertegenwoordiger van de geschiedenisleraren, zet zich in om samen met het ministerie van OCW-kerndoelen en eindtermen te ontwikkelen en periodiek te evalueren.

Dit manifest is een zeer beknopte samenvatting van Bij de Tijd 2 dat aangeboden wordt op het derde nationale geschiedenisonderwijscongres op 10 maart in voormalige vergaderzaal van de Tweede Kamer.

Voor het volledige programma kijk op:  http://www.vgnkleio.nl/congres-2017/

 

De VGN is al meer dan vijftig jaar de vakorganisatie van geschiedenisdocenten in alle vormen van onderwijs. Wij komen op voor de belangen van onze leden en het vak geschiedenis. Via onze actuele website www.vgnkleio.nl (met examenforum) en het tijdschrift Kleio houden we onze leden op de hoogte van de ontwikkelingen in het vak. Daarnaast organiseren we verschillende nascholingen en conferenties waarmee onze leden zich in het vak kunnen blijven verdiepen en professionaliseren.

Contact:

Ton van der Schans (voorzitter van de VGN)

Email: a.a.vanderschans@driestar-educatief.nl


Bart den Uyl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *