Hoofdmenu
Homepage
Kleio
Bestuur
Onderwijs
Activiteiten
Commissies
Contact
Downloads
Aanmelden als VGN lid
Nieuw op de site
Aanmelden nieuwsbrief
Uw naam
Uw e-mail
Nieuwsbrief formaat

Wijzig uw gegevens
 

Bestuur pijl VGN bestuurlijk pijl Canonperikelen3-11-190
Canonperikelen

Een groep wetenschappers roept de Tweede Kamer op de canon niet verplicht te stellen voor het onderwijs. Diezelfde kamer ontving de canon positief. Eind 2007 berichtte de VGN het ministerie van OC&W over kansen en mogelijke problemen die wettelijke invoering van de canon in praktijk met zich mee kan brengen. Lees verder voor het standpunt van de VGN en andere documenten bij deze discussie. Reageer vooral ook op ons forum!


Canon en kenmerkende aspecten

Het geschiedenisonderwijs heeft te maken met twee belangrijke hervormingen die beide gericht zijn op het beter laten beklijven van historische kennis bij leerlingen: de 10 tijdvakken van De Rooy met de bijbehorende kenmerkende aspecten en de Canon van Van Oostrom. De VGN is verheugd met de aandacht die hierdoor ontstaan is voor vakinhoudelijk en didactisch goed geschiedenisonderwijs. De filosofie achter de kenmerkende aspecten is dat leerlingen bij elk kenmerkend aspect van een tijdvak historische voorbeelden kennen en op basis van de zo verworven overzichtskennis gebeurtenissen in de tijd kunnen plaatsen. Welke voorbeelden dat zijn, is niet voorgeschreven. De tijdvakken zijn opgenomen in de huidige wetgeving en er wordt nu ervaring mee opgedaan door leerlingen en docenten. De canon gaat uit van 50 vensters die in het onderwijs, vooral het geschiedenisonderwijs, aan bod moeten komen. De canon schrijft dus wel inhoud voor, al blijft het aan de docent om invulling te geven aan de lessen over die vensters. Het is in de ogen van de VGN de taak van de wetgever te voorkomen dat docenten in hun lespraktijk komen te zitten met de brokken van twee op het oog tegengestelde principes. Hoe kan dat voorkomen worden?

Docenten hebben behoefte aan meer houvast bij de kenmerkende aspecten. Die houvast kan komen van de canonvensters. Het SLO heeft een opzet gemaakt waarin dit wordt uitgewerkt en ook op http://www.entoen.nu/ staat een uitwerking. Dat leidt wel tot een programma met een zwaar accent op de Nederlandse geschiedenis. In de praktijk zal de tijd ontbreken om vensters uit de canon zo ver te openen dat mogelijk wordt om de meeste Nederlandse ontwikkelingen in een breder perspectief te plaatsen. Voor leerlingen op de basisschool is dit geen groot bezwaar, vooral niet als in het voortgezet onderwijs de kenmerkende aspecten minder neerlandocentrisch ingevuld kunnen worden. De toegenomen aandacht voor de vakinhoud van de geschiedenislessen is winst. Bij de canon wordt met geld van de overheid op dit moment veel lesmateriaal ontwikkeld. Als nu in scholing van docenten in het basisonderwijs en invoering van nieuwe methodes voorzien gaat worden, kan het wettelijk invoeren van de canon naast de kenmerkende aspecten een stimulans voor het geschiedenisonderwijs op de basisscholen betekenen.

Voor de nieuwe onderbouw (van het voortgezet onderwijs) is het lastiger om canon en kenmerkende aspecten in praktijk complementair te laten zijn. In de eerste plaats wordt historische vorming vooral op het vmbo vaak in thematisch ingerichte leergebieden gegeven, (Rapport Van Oostrom, Deel A p. 62), terwijl goede historische vorming een chronologische aanpak vereist. Invoering van de canon zal dit probleem niet oplossen. De canon voegt wel Nederlands georiënteerde leerstof toe. In tegenstelling tot de commissie Van Oostrom (deel A p.52) ziet de VGN hierin een potentieel probleem. Docenten geven aan nu al vaak onaanvaardbaar te moeten woekeren met hun lestijd om alle kenmerkende aspecten aan bod te laten komen. Wanneer de canon ondoordacht verplicht wordt gesteld, schat de VGN in dat er in praktijk te weinig tijd overblijft om andere dan neerlandocentrische invalshoeken te hanteren. Dit vinden we voor leerlingen die na klas 2 geen geschiedenis meer volgen (ongeveer de helft van alle middelbare scholieren) ongewenst. Voor de grote groep leerlingen die op havo en vwo in de tweede fase verder gaat met een geschiedenisprogramma op basis van de kenmerkende aspecten bestaat het risico van onvoldoende voorbereiding. Om ervoor te zorgen dat wettelijke invoering van de canon ook het geschiedenisonderwijs in de nieuwe onderbouw versterkt, is het volgens de VGN noodzakelijk dat de wetgever het primaat legt bij de kenmerkende aspecten van de 10 tijdvakken, waar mogelijk deels ingevuld met vensters van de canon. Die verplichting zou dan ook moeten gelden voor kerndoelen van andere vakken en leergebieden, de canon is immers meer dan een historische canon. Docenten zijn vervolgens mans genoeg om op deze wettelijke basis inspirerend les te geven, en dat blijft het belangrijkste middel om de historische vorming van onze leerlingen te bevorderen. Daarom hoopt de VGN ook op goede nascholingsprojecten waar docenten van hun scholen ook aan deel mogen nemen.

Zie bijlagen voor verdere informatie en bekijk eventueel de uitzending van "De wereld draait door" van maandag 3 november j.l. Er is ook een reactie op de brief van de stichting Entoen.nu.
De volledige brief van de historici is te vinden op de site van de IVGD.

Bestanden bij artikel te downloaden via onderstaande link(s):