Historische graphic novels (herziene versie voorzien van lijst van graphic novels)

Herziene versie van het artikel van Ger Jan Onrust in Kleio 6, 2011. Aan het oorspronkelijke artikel in de Kleio zijn een aantal nuttige verwijzingen op het internet toegevoegd. Daarnaast is er meer aandacht voor de educatieve waarde van graphic novels. Onderaan het artikel is een lijst van graphic novels opgenomen.

Graphic novel, true fiction, graphic nonfiction, graphic biography, virtual novel, comic strip novel, illustrated novel, ja zelfs enigszins sarcastisch: expensive comic book. En in het Nederlands: grafische roman/biografie, beeldverhaal, striproman, historische strip, of gewoon ‘stripverhaal’; er zijn vele manieren om de steeds groter wordende stapel stripboeken met een historische dimensie te omschrijven. Dat is logisch, want (vrijwel) alles waar een ‘normaal’ boek van gemaakt kan worden, kan verstript, of als strip gemaakt worden. En dat is dan ook gedaan, met mede als resultaat dat er steeds meer boeken zijn die voor historici en/of geschiedenisdocenten interessant zijn.

Wie onderzoek doet naar stripverhalen met een historisch thema, loopt direct tegen een stevig probleem op: wat is eigenlijk een historisch stripverhaal? Er is een gigantische hoeveelheid strips die zich op een of andere wijze aan de geschiedenis spiegelt. Horen, bijvoorbeeld, de Asterix boeken hierbij, ze zijn immers onderwerp van serieus historisch (UvA) onderzoek. En wat doe je met de tientallen boeken die de Belgische uitgeverij Casterman uitgeeft? Auteur Jacques Martin, laat, in samenwerking met anderen, de blonde jongen Alex avonturen beleven in de klassieke oudheid, bij de Azteken, de Vikingen en in China, laat Tristan in de middeleeuwen rondreizen, schrijft over de Zonnekoning, doet in Orion een aantal Egyptische vertellingen en laat de Franse journalist Lefranc begin 20e eeuw zo’n vijftien Indiana Jones achtige avonturen beleven. Casterman is ook de uitgever van Ernie Pike, een van oorsprong Argentijnse strip over oorlogscorrespondent Pike, die getuige is op de slagvelden van de tweede wereldoorlog. In de Nederlandse versie zijn de 27 korte strips (van minder dan tien bladzijden)gebundeld. Ook andere uitgeverijen, zoals Glénat (bijvoorbeeld INRI, een Zwitserse serie die speelt in de christelijke middeleeuwen; ook De laatste profetie, over de ondergang van Rome), Dargaud (De adelaars van Rome; een gewelddadige avonturenstrip), Arboris (De Vliegende Hollander; VOC-fantasien), Silvester (Hemel in puin, over een ME 262 straaljagerheld), Dupuis (De laatste koningin, over Cleopatra) en Le Lombard (Buddy Longway, een Amerikaanse trapper) hebben rijkelijk geput uit de geschiedenis en laten hun helden daar, veelal staand tegenover een grote meerderheid, hun problemen oplossen. Het zijn allemaal boeken gericht op het standaard strippubliek: jongens van rond de tien jaar en ouder. Het zijn allemaal boeken waar de geschiedenis in dienst staat van het verhaal. Als het verhaal het nodig heeft, dan wordt de geschiedenis geweld aangedaan.

Voor wie meer titels wil zien: http://historischestrips.blogspot.com/2009/01/contact-bio.html  , een site met enkele tientallen gerubriceerde historische strips van de Belg Peter Ponjaert. Zie ook: www.graphic-novel.info, tabblad Erste schritte voor een top 10.

Het kan ook anders. De laatste jaren zijn stripboeken in Kleio besproken die gemaakt zijn om jongeren iets te leren. NBDBiblion had (school)bibliotheken in gedachte als afnemers van hun geschiedenisstrips over de levens van Cleopatra, Alexander de Grote, Columbus, Caesar, Sitting Bull en Spartacus. Bij De Ontdekking, De Zoektocht en De Terugkeer van Eric Heuvel , c.s. is nadrukkelijk aan een onderwijssetting gedacht en is er uitgebreid leerlingen- en docentenmateriaal voorhanden. Ditzelfde geldt voor de strips van Marc Verhaegen en Jan Kragt , die gaan over Michiel de Ruyter, de Vliegende Hollander, Antwerpen tijdens de tweede wereldoorlog, Nieuw Amsterdam/New York en Vincent van Gogh (zie Kleio recensies juli 2011). En voordat dit soort strips op de markt kwam, had je Operatie Teddybeer, een interactieve strip, die draaide op Windows 95 of de Mac en die ging over een avontuur vlak na D-day.

Voor een online beeldverhaal: www.walravenvanhall.nl, een site van het Verzetsmuseum Amsterdam over de financier van het verzet. Op http://www.andereachterhuizen.nl/  staan 23 animaties met een gesproken verhaal van joodse onderduikers.

Tot zover de strips, nu dan de graphic novel, ofwel de grafische roman. Meer dan tien jaar geleden werd voor het eerst een grafische roman in Kleio besproken. Het ging om Maus, waarvan de mogelijkheden om in de les te gebruiken werden verkend.  Daarna is hoogstens naar een enkele publicatie verwezen en dat terwijl, zeker de laatste jaren, er veel moois is verschenen.

Joost Pollmann, recensent van De Volkskrant, organisator van de Stripdagen Haarlem, medeoprichter en motor achter de Stichting Beeldverhaal Nederland en zelf verklaarde apologeet van de strip, stelt dat er op het ogenblik vrijwel geen literaire uitgever meer te vinden is die geen grafische roman in zijn fonds heeft. Volgens hem is de groei er nog lang niet uit en dat is niet zonder reden.

Zie ook: www.stichtingbeeldverhaal.nl ; een belangrijk doel van de stichting is het vergroten van de populariteit van strips in het Nederlandse onderwijs.

Wanneer is iets een graphic novel of graphic biography?  Het meest voor de hand liggende is natuurlijk, het is een boek, maar dan wel een wat beter gebonden boek. Het is natuurlijk ook grafisch; tekeningen én tekst dragen het verhaal. Omdat het een strip is, hebben de personages die in het boek voorkomen tekst- en/of gedachtenbalonnen. De afbeeldingen zijn vaak alleen in zwart-wit. In het boek staat een compleet verhaal, of de delen zijn zelfstandig leesbaar. Het onderwerp en de uitwerking van het onderwerp is serieuzer, literair; het is geen strip voor kinderen. Er wordt ook gesproken van ‘literaire verstripping’. Om deze reden worden graphic novels in boekhandels en in bibliotheken niet bij de Suske en Wiske geplaatst.  De prijs van de grafische roman ligt meestal tussen € 15,- en € 30,-. Lambiek.net, de Nederlandstalige site over stripgeschiedenis definieert een graphic novel als volgt: ,,een gelaagd verhaal, verpakt in dwingende beelden.’’

De beste plek om grafische romans te kopen zijn de stripfestivals, vervolgens de gespecialiseerde stripwinkels en daarna de grotere boekhandels, zoals die van Selexyz.

Pollmann (in: Letterlijk & figuurlijk. Strips kun je beter lezen. De Buitenkant 2011, blz. 43 en 102) stelt dat de auteur van een grafische roman ,,baanbrekend in vertelwijze, thematiek en beeldbehandeling’’  moet zijn. ,,Hij neemt zich voor iets te maken wat niet eerder is gedaan. Die ambitie heeft ook te maken met artistiek zelfbewustzijn en met reflectie op het functioneren van het medium: wanneer een tekenaar van de ambachtelijke automatische piloot overschakelt op een handbestuurde flight of fancy die artistieke risico’s met zich meebrengt, wanneer hij verantwoordelijkheid neemt, is hij een grafisch romancier.’’

Voor de oorsprong van de graphic novel wordt vaak verwezen naar de Amerikaanse striptekenaar- en theoreticus Will Eisner. Of hij de term als eerste gebruikte is onwaarschijnlijk, maar zijn A contract with God, een verhaal uit 1978, wordt wel als begin van dit genre gezien. Achteraf zijn – ook in Nederland (bijvoorbeeld, Thé Tjong King, Iris, uit 1968) – er eerdere strips aan te wijzen die als beeldroman aan te merken zijn. Eisner is echter de eerste geweest die welbewust graphic novel op zijn bundels voerde, uiterst origineel werk produceerde en de soort strips die hij maakte ook nog eens van een theoretische basis voorzag. De doorbraak van de grafische roman naar een groter publiek is pas sinds 2000.

Opvallend in veel romans is dat het fraai het stadsleven in vaak het interbellum schetst. De bundel (vier verhalen) Een contract met God speelt bijvoorbeeld in joods the Bronx.  Berlijn van Jason Lutes en Parijs 25/44 van Dick Matena (die ook Kaas en Het dwaallicht van Elsschot, Kort Amerikaans van Wolkers en De Avonden van Gerard Reve verstripte) laten in de titel zien waar het verhaal speelt. Het recente Stad van klei van Milan Hulsing speelt in de zeer recente geschiedenis: het  Egypte van  voor de revolutie. En het coming of age verhaal Persepolis van Marjane Satrapi speelt deels in Iran tijdens de revolutie en dictatuur van de ayatollahs en deels in Wenen.  Persepolis is een bestseller; Satrapi heeft van haar autobiografie een tekenfilm van speelfilmlengte gemaakt, die recent op de Vlaamse publieke zender is uitgezonden.

Natuurlijk, waar regels zijn, zijn uitzonderingen. Verreweg de meeste tekst in Malcolm X is toelichting, want het blijkt heel moeilijk om een personage echt tot leven te wekken als het levensverhaal in slechts 111 pagina’s verbeeld wordt. De drie Nederlandstalige (!) grafische biografieën over Che Guevara kennen dit manco ook: er moeten te veel gebeurtenissen worden verteld en dus moet er regelmatig worden uitgelegd. De personages acteren in de gebeurtenis die in rechthoekige blokken worden uitgelegd. Castro waarin Reinhardt Kleist een Duitse journalist verslag laat doen van Cuba van voor de revolutie tot heden, heeft dat probleem niet. De (verloren) idealen en problemen van de Cubaanse bevolking komen tot leven in de bijna 300 bladzijden die hem ter beschikking staan.

Dat er geweldige grafische vertellingen zijn waarin geen enkele tekstballon in voorkomt, bewijzen Herinneringen, mijn jeugd op de puinhopen van het Derde Rijk van de Duitse Nederlander Rudolf Kahl , Achter de kawat, de tekeningen en toelichting daarop van de in Japanse krijgsgevangenschap geïnterneerde KNIL militair Charles Burki en Lieve Gerda – Een getekend dagboek van een Nederlands-Indië veteraan 1948 – 1950 van Flip Peeters.  Kahl’s herinneringen zijn vormgegeven als de oude Tom Poes boeken; tekst onder een afbeelding. Wel met dat verschil dat afbeeldingen soms wat groter is en de tekstlengte varieert. Standaard staan er vier afbeeldingen op een pagina. Kahl groeit op in een door bommen geteisterd Hamburg, in een kille omgeving, waarbij de einzelgänger die hij is, steeds in problemen komt. Hij spaart zichzelf, noch zijn omgeving, wat niet moeilijk is, aangezien in het weeshuis (terwijl hij geen wees is) en later bij pleegouders voldoende afwijzingen komen. Het verhaal eindigt wanneer de 17-jarige Kahl eindelijk een plek heeft gevonden bij zijn moeder in Brazilië, maar zij zelfmoord pleegt als hij voor studie weer in Duitsland woont. Kahl verhuist daarna naar Nederland.

Burki, Jappenkamp- en atoombomoverlevende, tekende tussen 1942 en 1944 het kampleven, begroef deze tekeningen, die na de oorlog weer opgegraven werden en schreef later toelichtingen bij de tekeningen. Deze werden in 1979 voor het eerst gepubliceerd. Burki laat zien dat achter het prikkeldraad, in ieder geval voor de mannen, redelijk te leven viel, aangezien de Japanners hen redelijk met rust lieten. Dat werd anders toen hij op transport moest, zijn schip werd getorpedeerd, hij – wonder boven wonder – overleefde, dwangarbeid in Nagasaki moest doen en daar de atoombom overleefde.

Korporaal Flip Peeters tekende en schreef een dagboek tijdens de politionele acties, waarin de dagelijkse beslommeringen in juweeltjes van tekeningen zijn vervat.

Rond het dagboek van Flip Peeters is tot 31 december een expositie in Museum Bronbeek te zien. Zie ook: www.lievegerda.nl  en facebook.com/flippeeters.

Natuurlijk zijn er graphic novels in meerkleurendruk. Het leven van Anne Frank van Amerikanen Sid Jacobson en Ernie Colón is voor een jonger publiek en dus (?) in kleur. Het is een brave biografie, met wat naïeve tekeningen, met toelichtende achtergronden (‘momentopname’ genoemd in het boek), waarbij  lesmateriaal is gemaakt. Je kunt het moeilijk een ‘gelaagd verhaal, verpakt in dwingende beelden’  of ‘baanbrekend’ noemen, maar wel een geslaagde poging om de meer visueel ingestelde jongere bekend te maken met het persoonlijke verhaal van de Jodenvervolging.

Absoluut niet braaf zijn de tot heden drie uitgebrachte delen van Agent Orange, de verstripte biografie van Prins Bernhard. Erik Varekamp en Mick Peet noemen hun boeken niet voor niets true fiction; het is inderdaad het op feiten, geruchten en veronderstellingen gebaseerde verhaal van de prins. Bernhard is een opportunistische antidemocraat, schuinsmarcheerder, netwerker, overtuigde nazi, charmeur, avonturier, et cetera.  Dit alles wordt vermakelijk, maar ook overtuigend (beredeneerde documenten achterin, mini biografieën van hoofdrolspelers, Gerard Aalders – NIOD – zou  het hebben nagelezen) gepresenteerd. Het is historisch onverantwoord, maar zeer vermakelijk.

In Nietzsche. Vrijheid scheppen van Maximilien le Roy wordt kleur ook nadrukkelijk gebruikt om een bepaalde sfeer te scheppen. De kleuren zijn ingetogen, net als de beelden en de teksten.  Als schrijven, schrappen is, dan is dat hier gelukt. Op indringende wijze wordt het leven en het werk van Friedrich Nietsche geschetst.  Veel bekender -  want gepusht door De Volkskrant –  biografisch, filosofisch werk is Logicomix, de zoektocht van de vier makers naar de grondslagen van de moderne wiskunde, waarbij het leven en de denkbeelden van Bertrand Russel centraal staan.

Het is de zoektocht, het persoonlijke verhaal wat graphic novels met een historische invalshoek sterk maakt. Grondlegger hiervan is natuurlijk Pulitzer prijs winnaar Art Spiegelman. Zijn Maus blijft nog altijd onovertroffen in zeggingskracht. De strip van zijn worsteling om het verhaal van de vervolging van zijn vader en de verbeelding van dat verhaal middels muizen (joden), katten (Duitsers), varkens (Polen), kikkers (Fransen), et cetera, heeft hem  voorbeeld voor vele anderen gemaakt. Vanaf het moment dat je het boek open doet, heeft het verhaal je te pakken. Met holle ogen kijken de grijze muizen op een zwarte achtergrond – in het eerste deel in burgerkleding met Jodenster, in het tweede deel in de zwart-witte strepen van de kampuitmonstering – je aan.  Twee boeken die je niet weglegt, of anders alleen om er over na te denken.

Wie er zeker over heeft nagedacht is Peter Pontiac (Pollmann). Maus inspireerde hem tot Kraut, een lange, verstripte brief aan zijn zeer overtuigde nationaalsocialistische vader (onder meer Zwart Front, en WA-oorlogsjournalist) die later mysterieus verdween in/bij de Daaibooibaai op Curaçao. Terwijl Pontiac, die recent de Maarten Toonder prijs voor zijn gehele oeuvre kreeg, wat hij van zijn vader weet schrijft en tekent is hij op zoek naar antwoord naar de twee grote vragen: waarom fout? en waarom weg? Eisner vond het ,,een zeer vernieuwend werk’’ en de jury van de Toonder prijs ,,de beste graphic novel getekend én geschreven.’’ Ter gelegenheid van deze prijs is het boek opnieuw uitgegeven.

Maus en Kraut voldoen aan (bijna) alle criteria die een graphic novel tot een dergelijk boek maakt. Dat geldt ook voor de twee stripdelen van Rampokan van Peter van Dongen, de boeken van Joe Sacco, het ingetogen en ingezoomde getekende Scherven van Erik de Graaf en de manga-stripserie Hirosjima van Keiji Nakazawa. In Rampokan is ‘Johan Knevel’ op zoek naar zijn wortels, en dan vooral naar wat tijdens de politionele acties heeft plaatsgevonden. Journalist Joe Sacco schreef twee lange rapportages over zowel voormalig Joegoslavië als over de Palestijnse gebieden. De Graaf vertelt het familieverhaal van de eerste oorlogsdagen onder de rook van Rotterdam en laat dat (achterin) vergezeld gaan met originele documenten. Nagazawa laat in een tiendelige serie zijn kale alter ego Gen ‘barrevoets’ Nakakoa overleven in de keiharde wereld die Japan na de atoombom is. Ook hier zijn het de persoonlijke ‘voetnoten’ (een omschrijving die Sacco gebruikt) die de verhalen rauw en indringend maken.

Beeldverhalen lenen zich uitstekend voor de verwerking van (oorlog)leed. Art Spiegelman tobt in deel 2 met een gigantisch writer’s Block, want het verhaal van zijn oh, zo lastige vader is een succes. Joe Sacco’s werd door Time Magazine  als reporter naar Hebron gestuurd. Zijn contactpersoon brengt hem naar daders en slachtoffers. De daders geven droog aan dat ze niet anders kunnen, de slachtoffers lijden. Hij wil vooral weten hoe individuen de oorlog ervaren. Het is human interest wat de verhalen sterk maakt. Dat is wat Time ook van hem verwachtte.

Grafische romans, biografieën en autobiografieën zijn geen wetenschap, tenminste de betere boeken zijn dat niet. Waar het ‘bekende verhaal’ wordt gevolgd (Malcolm X, Het leven van Anne Frank) blijft het verhaal vlak, zijn de personages niet meer dan de eerste de beste poppetjes uit de Donald Duck. Waar de vertellers deelnemer zijn in het verhaal (Spiegelman, Sacco, Pontiac, Satrapi, Kahl, Peeters, Burki, Nagazawa) of familieverhalen vertellen (Van Dongen, De Graaf) voel je de verbinding die de auteur met zijn verhaal heeft. Striptekenaars die dit doen zijn geëngageerd, nemen stelling, geven hun mening over een maatschappelijke kwestie. Het is hún verhaal, veelal ingekaderd in het ‘grotere verhaal’.

Hier ligt de kans voor het geschiedenisonderwijs. Die kans is minimaal tweeledig.  Als je de boeken als enige bron neemt dan kunnen leerlingen onderzoeken wat voor gevolgen de oorlog voor individuele personen heeft. Wat doet het met ze? En, als ook andere bronnen geraadpleegd kunnen worden, in hoeverre zijn de verhalen representatief?

Ten tweede kan worden onderzocht of de verhalen überhaupt passen in wat in (hun) geschiedenisboek staat. Burki en Peeters tekenden hun omgeving. Wat weten we van die omgeving? En als het beeld anders is dan de methode zegt, wat heeft (en waarom) de voorkeur?

Varekamp/Peet en De Graaf geven achterin ‘hun’ documenten. De eerste twee hebben flink gemanipuleerd met het historische bewijs. Komen de leerlingen hier achter? Zijn de documenten van De Graaf ook anders uit te leggen? En kloppen de historische intermezzo’s, die Sacco her en der in zijn boeken presenteert? Binnenkort komt Metamaus uit; wat voor bronnen heeft Art Spiegelman gebruikt en hoe is hij hier mee omgegaan?

De graphic novel is de strip voorbij. Het is echt wat anders dan Donald Duck, Suske & Wiske of Amerikaanse superhelden. Hoewel het beeldverhaal (nog) niet past in de canons van de literatuur, noch in die van de beeldende kunst, is het een serieus te nemen kunstvorm. Een kunstvorm die (ook online) groter gaat worden. Met boeken die an sich goed lees- en kijkbaar zijn. En met boeken die leerlingen zullen aanspreken om mee aan de slag te gaan.

Ger Jan Onrust

———————————————————————-

Lijst van historische graphic novels

 versie 28 april 2012

Gegevens  graphic novels

Algemeen

Co Loerakker, Van nul tot nu.
Vier delen. Haarlem 2008. Bekende strip naar de tekenfilmpjes. Geschiedenis op zijn simpelst.

Middeleeuwen

Emanuele Tenderini, Patrick Weber, 1066 – Willem de Veroveraar. Le
Lombard, Brussel 2011. Fraaie, op Tapijt van Bayeux gebaseerde strip. Met afbeeldingen van het tapijt en
eindigend met een interview met de conservator van het museum van het tapijt.

Nederlanden, 16-17e eeuw

Jaron Beekes, De lens van Spinoza. Amsterdam 2011.
Toegankelijke inleiding op Spinoza.

Dabitch, Pendanx, Jeronimus. 1: De nieuwe man. 2. Schipbreuk. Z.p. 2009 – 2010.
De reis, de muiterij en de ondergang van de Batavia op sterke wijze verstript.

Bert van der Meij, Het geheime schilderij van Rembrandt. Leiden 2006. Verhaal rond een zelfportret
van Rembrandt, in het Rembrandtjaar geschonken aan alle Leidse scholieren in
het voortgezet onderwijs.

Roelof Wijtsma, De ontvoering van Philips Willem. Buren 2007. Het leven van de
eerste zoon van Willem van Oranje, die een flink deel van zijn leven als
gijzelaar in Spanje doorbracht en nadien werd gezien als een mogelijke
Spaanse/katholieke spion.

19eeuw

Karl Marx,
Het Kapitaal,
deel 1 en 2. EPO 2010.
Nederlandse vertaling, door Vlaamse Japanologe Nele Noppe, van manga, met een verhaal waarin de theorien van Marx, in een verhaal verweven, worden
uitgelegd. Mooi uitgegeven in een serie klassieke internationale literatuur,
die 40 delen moet gaan omvatten.

Maximilien le Roy, Nietzsche. Vrijheid
scheppen.
Brussel 2010.

Jean Vautrin, Jacques Tardi, De stem van
het volk,
4 delen: 1. De kanonnen van
18 maart; 2. De vermoorde hoop; 3. Bloedige tijden; 4. Het testament van de
ruines.
Casterman 2002. De Parijse Commune verstript.

Eerste Wereldoorlog

Ivan Adriaanssens,
Afpraak in Nieuwpoort. 2011. Fraaie graphic
novel, waarin de waar gebeurde verhalen van drie soldaten met verschillende
nationaliteit aan elkaar worden geknoopt. Uitgebracht in het Nederlands, Frans
en het Engels.

Pascal Bertho, Marc-Antoine Boidin, Endurance.  Mislukte Zuidpoolcrossing
door Ernest Shackleton en zijn mede-expeditieleden.  Schilderachtige tekeningen.

Paolo Cossi, Medz Yegern. Het grote kwaad.’s-Hertogenbosch
2011. Mooie, aangrijpende graphic novel over de Armeense genocide.

Jacques Tardi, De grote slachting. 1914 – 1918. Tournai 2010. De stripklassieker
over de loopgravenoorlog.

Interbellum

José Louis Boquet, Catel,
Kiki van Montparnasse.
Amsterdam 2009. Vuistdikke zwart-witte grafische biografie over het turbulente
leven van zangeres/kunstenares Alice Ernestine Prin.

James Vance, Dan Burr, Op weg. Xtra Amsterdam 2011. Coming of age verhaal van een rondtrekkende  Amerikaanse teenager tijdens de
crisisjaren. 

Tweede Wereldoorlog

Rob van Bavel, Fred de Hey, Haas. De weg terug (1), Blind vertrouwen
(2), Biechtvader (3).
Fictie, de oorlog in Brabant door de eigenaar van Eppo. Meerdere delen in voorbereiding.

Charles Burki, Achter de kawat. Amsterdam
2010.

Erik de Graaf, Scherven. Amsterdam
2010.

Emmanuel Guibert, De oorlog van Alan. 3 delen ’s Hertogenbosch 2011. Minimalistisch getekend oorlogsverhaal
van een militair die niet in actie komt.

Eric Heuvel, De Schuilhoek.
Aalten 2007. Uitgegeven door het plaatselijke museum over de oorlog in de eigen
plaats.

P. van der Heijden, K. Ribbens, Bezetting in beeld – het beeldverhaal van Frans Brouwer – 1944 – 1945. Utrecht
2010. De Tweede Wereldoorlog in verstripte twee pagina grote brieven, met
biografie, achtergronden, striphistorische analyse en begrippenlijst.

Romain Hugault, Régis
Hautière, De laatste vlucht. Silvester ’s-Hertogenbosch 2011. Vier korte stripverhalen
over WO2 piloten en hun vliegtuigen. Avontuur. Prachtige, heldere klare lijn
tekeningen.  

Sid Jacobson, Ernie Colón, Het leven van Anne Frank. Een grafische
biografie.
Amsterdam 2010.

Philippe Jarbinet, Airborne 44. 1: Waar mannen vallen. 2: Morgen zullen wij er niet meer zijn.
Tournai 2009. Strip die speelt tijdens het Ardennenoffensief. Fraai getekend.
Hoe mensen persoonlijk worden geraakt door de oorlog.

Rudolf Kahl, Herinneringen. Mijn jeugd op de puinhopen van het Derde Rijk. Amsterdam
2005.

Isabel Kreitz, De meesterspion. Stalins ogen in Tokio. Amsterdam 2010. In
grijstinten getekende comic faction over de laatste maanden van het leven van Richard Sorge, de Sovjet
spion op de Duitse ambassade in Tokio, die Stalin waarschuwde voor operatie Barbarossa, wat niet serieus genomen werd en waardoor hij
zeer gefrustreerd raakte.

Keiji Nakazawa, Gen barrevoets in Hirosjima.
1. De Bom. 2. De levende doden. 3. Een nieuw bestaan. 4. Uit de as herrezen. 5.
Oorlog zonder einde.
Amsterdam 2006 – 2010. Delen 6 tot en met 10 in
voorbereiding.

Fabian Nury, Sylvain
Vallée, Er was
eens. 1. Het imperium van Monsieur Joseph. 2. De vlucht van de raven. 3. Eer en
geweten.
Antwerpen 2011. Stripavontuur van joodse verzetsstrijder.

Peter Pontiac, Kraut. Amsterdam 2000. Heruitgave 2011.

Daniel Rosseels, Front.  Amsterdam 2010.
Oorlogstekeningen met een hoog propaganda gehalte.

Aline Sax, Caryl Strzelecki,
De kleuren van het getto, Wielsbeke 2011. Gericht op jongeren vanaf 16 jaar. Met
lesmateriaal.

Kees Sparreboom, Een Rotterdammer in oorlogstijd. De Steensplinter Gouda 2011.
Biografische korte graphic novel van de zoon over zijn vader tijdens de oorlog.

Art Spiegelman, Maus. 1. Mijn vader bloedt
geschiedenis. 2. En hier begon mijn ellende pas.
Amsterdam 1995 en 1994.
Over deze boeken: Art Spiegelman,  Metamaus.
Amsterdam, Oog & Blik/De Bezige Bij 2012. Achtergronden (in interviewvorm,
bronnenboek, met cd-rom inclusief originele Amerikaanse versie van de strip,
alsmede honderden voorstudies en interviewfragmenten van Spiegelman met zijn
vader.

Hennie Vaessen, Slag om Arnhem. Een historisch beeldverhaal. Deel 1: De brug. Arnhem
2011. Deel 2 en 3 in voorbereiding.  Als De zoektocht.

Erik Varekamp, Mick Peet, Agent Orange. 1. De jonge jaren van Prins
Bernhard. 2. De oorlogsjaren van Prins Bernhard I 3. De oorlogsjaren van Prins
Bernhard II. De stadhoudersbrief.
Amsterdam 2004, 2008 en 2010. Deel 4 in
voorbereiding.

Na-oorlogse geschiedenis

Nederlands-Indië

Peter van Dongen, Rampokan. 1. Java. 2.
Celebes. 3. Schetsboek.
Amsterdam, 1998, 2004 en 2005.

Flip Peeters, Lieve Gerda –
een getekend dagboek van een Nederlands-Indië veteraan 1948 – 1950.
Arnhem
2011. Eigen ervaringen binnen de politionele acties.

Midden
Oosten/Noord Afrika

Ari Folman, David Polonsky,
Wals met Bashir.
Een oorlogsverhaal over Libanon.
Amsterdam 2009. Opmerkelijk: eerst was er
de animatiefilm, daarna het (filmische) boek. Zoektocht naar eigen rol van een Israelische soldaat, ten tijde van het bloedbad in het
vluchtelingekamp in Sabra en Shatilla.

Sarah Glidden, Israel in 60 dagen. Amsterdam 2011. Geprezen reisverslag met historische
verklaringen.

Milan Hulsing, Stad van klei.
Amsterdam/Antwerpen 2011.

Didier Lefèvre/Emmanuel Guibert/Frédéric Lemercier, De fotograaf. Brussel 2005-2006. Driedelig
verslag van fotograaf Lefèvre, die meereisde met Artsen Zonder Grenzen in
Afghanistan, waarin zijn foto’s knap worden verwerkt tussen de klare lijn
tekeningen van Guibert.

Mohammed Nadrani, Emir van de Rif. Ben Abdelkrim. Marokko
1920-22 Oorlog tegen de Spanjaarden.
Amsterdam 2010.

Mohammed Nadrani, Jaren van lood. Mijn eerste 480 dagen in de geheime gevangenis in
Marokko
. Amsterdam 2010.

Joe Sacco, Onder Palestijnen. Amsterdam 2005.

Joe Sacco, Gaza 1956. In de marge van de geschiedenis. Amsterdam/Antwerpen 2011.

Marjane Satrapi, Persepolis. Amsterdam 2005.

Cuba

Alberto Breccia,
Enrique Breccia, Héctor Oesterheld,
Che. ’s-Hertogenbosch
2011.

Maryse Charles, Jean-François Charles, Olivier Wozniak,
Benoit Bekaert, Libertad!
Che Guevara. Tournai  2006.

Sid Jacobsen, Ernie Colón, Che. Een grafische biografie. Uithoorn
2011.

Reinhardt Kleist, Castro. ’s-Hertogenbosch 2011.
biografie

(Voormalig) Joegoslavië

Hermann (Huppen), Sarajevo
tango
, Brussel 1995. Invloedrijke aanklacht over de inactiviteit van het
westen tijdens de oorlog rond Sarajevo van 1992 tot 1995.

Joe Sacco, Fikser. Een verhaal uit Sarajevo. Amsterdam/Antwerpen 2004.

Joe Sacco, Moslimenclave Gorazde. De oorlog in Oost-Bosnië.
Amsterdam 2011.

Overig 20eeuw

Apostolus Doxiadis, Christos H. Papadimitou, Alecos Papadotas, Annie di Donna,
Logicomix.  Amsterdam 2009.

Cécile Grenier,
Ralph, Pat Masioni, De hel van Rwanda ’94 1. Amsterdam, De Vliegende Hollander 2008.
Steeds zwarter wordende faction waarin de
verschrikkingen aan de hand van een sterke vrouw worden verbeeld. Het tweede
deel zal niet worden uitgebracht.

Andrew Helfer, Randy
Duburke, Malcolm
X
. Amsterdam 2006. Oppervlakkige biografie.

Li Kunwu, P. Ôtié, China. 1.
De tijd van mijn vader. 2. De tijd van de partij.
Amsterdam,
Oog & Blik/De Bezige Bij 2009 en 2012. Autobiografische verhaal (deel 3
volgt) over het leven tijdens de Grote sprong voorwaarts tot en met het einde
van de Culturele Revolutie.

Josh Neufeld, A.D. New Orleans na de watersnood. Amsterdam
2010. Realistisch en waarheidsgetrouw journalistiek verslag over (de gevolgen
van) de orkaan Katrina in New Orleans
aan de hand van zeven getuigen.  Eerst
uitgebracht als online-strip met links naar podcastst,
YouTube filmpjes, interviews, etc. Zie http://www.smithmag.net/afterthedeluge/. Hier staat de gehele strip online.

Rob van Scheers, Gustavo
Garcia, Gagarin. Het grootste
avontuur van de mensheid.
Amsterdam 2011. Inderdaad, een
avonturenvertelling.

Marc Verhaegen, Jan Kragt, Strijd
tegen het water
. Eureducation 2011.
Avonturenstrip tegen de achtergrond van de watersnood van 1953. Ook in het
Engels en Tsjechisch. Met lesmateriaal.

Roman, niet perse historisch

Will Eisner, Een contract met God. Amsterdam/Antwerpen 1990.

Jason Lutes, Berlijn. 1. Stenen. Amsterdam/Antwerpen 2003.

Dick Matena, Parijs 25/44. Amsterdam/Antwerpen 2008.

Dick Matena, Kaas. Amsterdam 2008.

Dick Matena, Het dwaallicht. Amsterdam 2008.

Dick Matena, Kort Amerikaans. Amsterdam 2007.

Dick Matena, De Avonden. Amsterdam 2004.

Thé Tjong Khing, Iris. 1968.

 

Comment on this post