Verslag van de VGN-bijeenkomst rond het examenprogramma Havo-VWO op 5 november 2008 in Amersfoort.

bijeenkomst 5 november 2008

Verslag van de VGN-bijeenkomst rond het examenprogramma Havo-VWO op 5 november 2008 in Amersfoort.

Naast leden van het VGN-bestuur en de Havo-VWO-commissie waren er ongeveer 20 collega’s aanwezig

Na opening en welkom door Hellen Janssen, gastvrouw en lid Havo-VWO-commissie gaf Margriet Hielkema, clustermanager maatschappijvakken Cevo, een toelichting op de procedure rond het examenprogramma en de totstandkoming van het CE.

Ze begon met kort aan te geven welke instanties verantwoordelijk zijn voor welke aspecten van het examen geschiedenis.

  • 1. Het Ministerie stelt het examenprogramma vast. Sinds 2007 is het examenprogramma geldend voor alle havo- en vwo-scholen, zij het met voor de meeste scholen met de tijdelijke afwijking. Het Ministerie bepaalt ook wanneer deze tijdelijke afwijking wordt opgeheven. De eindtermen van dit examenprogramma zijn sterk geglobaliseerd in vergelijking met oudere examenprogramma’s.
  • 2. De CEVO stelt in een syllabus de specificering van de stof voor het centraal examen van het examenprogramma vast. Deze is dan mét het examenprogramma te vinden op https://www.examenblad.nl/. Per jaar kan de syllabus gewijzigd worden. Op Examenblad is links in de bovenhoek het examenjaar aan te klikken dat iemand wil bekijken.
  • 3. Wanneer een syllabus nog een werkversie is, wordt deze door de CEVO geplaatst op https://www.cevo.nl/. Hier is een uitgebreide toelichting aan toegevoegd.
  • 4. Het schoolexamen valt niet onder de verantwoordelijkheid van de CEVO. De SLO maakt hiervoor een handreiking, te vinden op https://www.slo.nl/.
  • 5. De pilotscholen zijn al enige jaren bezig om domein B in samenhang met domein A te toetsen in een centraal examen. Deze examens zijn te bekijken op https://www.examenblad.nl/ en op https://www.cito.nl/.

De pilotscholen zijn sinds 2007 ook bezig uit te proberen of domein B in samenhang met domein A getoetst kan worden op het VWO. Het eerste VWO-examen nieuwe stijl wordt dus afgenomen in 2010. Pas daarna kan vastgesteld worden of de tijdelijke afwijking wordt opgeheven. In de tussentijd kunnen scholen nog niet inschrijven voor het pilot-examen.

De reguliere en pilot-examens geschiedenis worden door het Cito gemaakt op bestelling van de Cevo, waarna de vaksectie van de Cevo nagaat of het geleverde examen conform de bestelling is (dus conform examenprogramma en syllabus).
De werkversie syllabus voor de pilotscholen is gemaakt voor de pilotscholen. Docenten kunnen hem gebruiken ter voorbereiding op het CE. Docenten van niet-pilotscholen kunnen hem voor het SE raadplegen. Verder is de syllabus een hulpmiddel voor nascholers, uitgevers en examenmakers. Als de tijdelijke afwijking opgeheven wordt, zal de syllabus (na eventuele aanpassing) definitief vastgesteld worden door de CEVO.

Over de werkversie van de syllabus voor de pilot gaf Margriet Hielkema als voorzitter van de syllabuscommissie de volgende toelichting. De totstandkoming van de syllabus begon,  toen het nieuwe examenprogramma geschiedenis al vastgesteld was.
In de syllabuscommissie werd aandacht besteed aan de volgende punten:

– Correcties: er is één fout verbeterd in het examenprogramma in domein A, onderdeel 6 (toegevoegd: gevolgen)
– Nadere toelichting: hier is meestal niet voor gekozen omdat dit in de meeste gevallen een stofuitbreiding betekend zou hebben. Daarnaast geeft het examenprogramma een didactische sturing: leerlingen verzamelen zelf voorbeelden bij de kenmerkende aspecten. Het was de bedoeling dat de syllabus grote vrijheid zou laten bij de docenten en examenkandidaten.

– Aanbrengen va  (diachronische) verbanden: ook dit zou een stofuitbreiding betekend hebben, bovendien hoort dit ook weer tot het terrein van de vrijheid van de scholen.
– Domein A is nader toegelicht gebaseerd op ervaringen uit het verleden.
– De meeste verduidelijking wordt geboden door de voorbeeldopgaven. De pilot-examens zijn voor iedereen toegankelijk. Aan de hand hiervan ontstaat geleidelijk een beeld van het soort toetsvragen dat men kan verwachten.
– Het niveauverschil tussen Havo en VWO is  nauwelijks vastgelegd in het examenprogramma. Het moet in de praktijk uit de toetsing blijken. Er zijn nog geen voorbeeldopgaven voor VWO beschikbaar.

Al met al bleek het zeer moeilijk te zijn om te voorzien in een syllabus, waarmee de docent een goed beeld zou krijgen van wat er op het CE getoetst kan worden. Hoeveel kennis de leerlingen moeten hebben om de examenvragen te kunnen maken kan / mag in de syllabus niet helder gemaakt worden. De Cevo begrijpt dat niet alle vragen door de syllabus beantwoord kunnen worden. Maar de syllabus is een werkversie, en dus zijn reacties van harte welkom.

Hoe nu verder?
– Reacties op de syllabus kunnen naar Cevo gestuurd worden (zie www.cevo.nl).
– Tijdelijke afwijking: opheffing op zijn vroegst in 2010 (in de vierde klas van havo en vwo), zolang dit niet het geval is, blijft het CE bestaan uit 2 thema’s uit domein C. In hoeverre dit een verzwaring van het programma betekent, hangt af van hoe er op school mee wordt omgegaan. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van de ervaringen van pilotscholen.

Hierna werd de bijeenkomst voortgezet in twee groepen: een Havo en een VWO. Er werd plenair afgesloten onder voorzitterschap van VGN-bestuurslid Maud Knook.

Namens de groep VWO meldde Greetje de Vries, voorzitter Havo-VWO-commissie,  dat hier minder sprake is van tijdsdruk dan op Havo. De chronologie komt op VWO goed uit de verf. Wel vond men het programma voor VWO te neerlandocentrisch. De vrijheid in het SE wordt gewaardeerd. Knelpunt op VWO is het niveau: voor VWO zijn de Tien Tijdvakken op zich te oppervlakkig. Verdieping kan ingebracht worden via thema’s, maar als het CE uit domein B komt, ontstaat er een niveauprobleem. Onderzoek naar dit vraagstuk wordt dringend gewenst. Volgens Geert van Besouw, docent pilotschool, speelt dit probleem niet zozeer op pilotscholen.
Namens de groep Havo meldde Bram Verhoef, lid Havo-VWO-commissie,  dat hier de tijdsdruk nog wel een rol speelt, mede omdat de voorkennis uit de onderbouw, die door het programma verondersteld wordt, niet of onvoldoende aanwezig is.Veel docenten vinden een manier om de kenmerkende aspecten te verweven met de thema’s, dit vanwege de tijdsdruk, maar ook omdat havisten prijs stellen op concrete voorbeelden. De vraag is hier of de thema’s of  juist de kenmerkende aspecten op de voorgrond worden gezet. Wettelijk hebben de kenmerkende aspecten voorrang. Sommige collega’s zien de kenmerkende aspecten juist als geschikt houvast voor havisten.
De syllabus: hiervoor werd door de groep havo de wens geuit tot het aangeven van een groter aantal verbanden. De VWO-groep vond de syllabus geen wezenlijke aanvulling op het programma, zodat elke docent toch zijn eigen route moet volgen. Dit is voor ervaren docenten goed te doen, maar voor jonge docenten wordt het lastig: welke keuzes moet je maken, wat is haalbaar en verantwoord?
Aanbevelingen:
– de examenmakers willen graag duidelijkheid over de functie van thema’s in relatie tot de Kenmerkende Aspecten

– onderzoek naar de invulling van het niveauverschil tussen Havo en VWO is gewenst
– uitwisseling over gemaakte keuzes, via nieuwsbrieven, forum VGN-site, bijeenkomsten met bv. pilotdocenten.

Tenslotte bedankte gastvrouw Hellen Janssen Margriet Hielkema voor haar aandeel in de bijeenkomst en nodigde de aanwezigen uit voor soep en broodjes

5 nov. 2008 Wendy Hinke (secr. VGN)


Ramses Peters

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *