Actief Historisch Denken

Opdrachtenboek voor activerend geschiedenisonderwijs staat nu online.

Klink op deze link om Actief Historisch Denken te downloaden.

Leerlingen motiveren voor geschiedenisonderwijs en hen dieper laten nadenken over het verleden was het beginpunt van wat Actief Historisch Denken is gaan heten. Vanuit Newcastle (Engeland) kwamen de Thinking Skills overgewaaid. Die richten zich op algemene denkvaardigheden en op het denkproces van leerlingen. Een groep geschiedenisdocenten en een vakdidacticus van de Radboud Universiteit zagen de mogelijkheden daarvan, maar wilden er wel vakspecifiek historisch denken van maken.

            In eerste instantie werden werkvormen ontwikkeld en aangepast aan het Nederlands curriculum. Bovendien werden historische vaardigheden expliciet ingebouwd in de werkvormen. Na succesvolle ervaringen in de eigen klassen, waarbij leerlingen gemotiveerd aan de slag waren en stappen zetten in historisch denken, besloot de groep om in 2004 die werkvormen te bundelen. Het eerst deel van Actief Historisch Denken was een feit.

            Samen met het boek werd er gestart met professionaliseringbijeenkomsten voor docenten geschiedenis. Zowel het boek als de bijeenkomsten waren een groot succes. Blijkbaar was er een grote behoefte aan motiverende werkvormen waarbij het historisch denken centraal stond. De roep om meer uitgewerkte werkvormen leidde ertoe dat een jaar later een tweede deel van Actief Historisch Denken werd uitgebracht. Daarmee was de roep om materiaal nog niet verzadigd en in 2011 zag een derde deel het levenslicht. De vraag naar de boeken bleef bestaan en tot 2020 zijn de boeken diverse malen herdrukt. Van elk deel zijn inmiddels enkele duizenden exemplaren verkocht. Dat zou betekenen dat er op elke school in Nederland enkele exemplaren aanwezig zouden moeten zijn. Ook is bekend dat vrijwel elke lerarenopleiding voor de tweede en eerstegraad, aandacht besteden aan Actief Historisch Denken, waardoor dus vele docenten geschiedenis kennis gemaakt moeten hebben met de werkvormen.

            Na het ontwerpen en ontwikkelen van de vele werkvormen is er ook onderzoek gedaan naar hoe de werkvormen van Actief Historisch Denken het historisch denken stimuleren. Van de diverse conclusies is het boeiend om de drie ontwerpprincipes nog eens te noemen. Die ontwerpprincipes stellen elke docent in staat om zelf nieuw materiaal en innovatieve werkvormen te maken.

  1. Daag het historisch denken uit: creƫer cognitieve wrijving;
  2. Stimuleer beargumenteerde afwegingen;
  3. Schep een uitdagend leerklimaat.[1]

 

Vanaf dit jaar worden de drie delen niet meer herdrukt. Toch komt nog met enige regelmaat de vraag binnen of de boeken nog te verkrijgen zijn. Daarom worden de boeken digitaal ter beschikking gesteld, zodat elke docent ze kan downloaden en gebruiken.

 

De groep Actief Historisch Denken wil iedereen bedanken voor de belangstelling in de boeken en professionaliseringsbijeenkomsten van de afgelopen jaren. We hebben het met veel plezier gedaan en hebben ook weer veel mogen leren. We zijn blij dat we een steentje hebben kunnen bijdragen aan goed geschiedenisonderwijs in Nederland.

 

Arnoud Aardema

Harry Havekes

Jan de Vries

 

[1] Voor een uitgebreidere toelichting hierop verwijzen we graag naar Havekes, H. (2017), Onderwijs dat leerlingen historisch laat denken. Ontwerpprincipes voor het geschiedenisonderwijs, Kleio 5, p. 55-57.


Reacties

  1. Annemarie Broekhof Zegt: september 18, 2020 at 10:58 am

    Het denken van leerlingen zichtbaar maken is een goed uitgangspunt. De werkvormen sluiten aan bij de structuurbegrippen die van belang zijn bij de studie geschiedenis. Het etiket “actief historisch denken” heb ik in de klas nooit gebruikt. “Actief denken” is dubbelop. Denken is een activiteit. “Historisch denken” roept vragen op. Het is niet eenduidig. Denken zoals men dat deed in het verleden? Denken zoals de historicus van nu? Bij de uitgangspunten voor deze werkvormen valt me op dat er een scheiding wordt gesuggereerd tussen kennis en vaardigheden (“niet enkel aandacht voor kennis, maar ook voor vaardigheden …”). Dit is volgens mij een misverstand. Kennis en vaardigheden vormen twee kanten van dezelfde munt. Alleen door (bepaalde) kennis kun je (bepaalde) vaardigheden opdoen en omgekeerd. De vraag zou eerder moeten zijn “welke kennis en welke vaardigheden”?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *