De Opstand van Delhi

In 1858 wordt Het verhaal over de Indiase Opstand, van het begin tot de inname van Lucknow gepubliceerd. In het boek staat deze prent met de titel De massamoord in Delhi:


Toelichting:
De mannen met geweren zijn Indiërs.
Rechts zijn Britse vrouwen, mannen en kinderen afgebeeld.

Historische context

In mei 1857 brak in Meerut een grote opstand uit onder Indiase soldaten (sepoys) in dienst van het leger van de Britse Oost-Indische Compagnie (EIC). De directe aanleiding was het gerucht dat de nieuwe Enfiëld-patronen waren ingevet met rund- en varkensvet, wat voor zowel hindoeïstische als islamitische soldaten religieus onaanvaardbaar was. De diepere oorzaken lagen echter in decennialange koloniale uitbuiting, gedwongen landonteigeningen, aantasting van traditionele privileges van lokale heersers en angst voor gedwongen christelijke bekering.

De opstandelingen trokken naar Delhi, herstelden de bejaarde Mogolkeizer Bahadur Shah II symbolisch in ere en namen de stad in. Hierbij werden Britse officieren, ambtenaren en hun families gedood. De opstand verspreidde zich snel over grote delen van Noord- en Midden-India (waaronder Lucknow en Kanpur) en groeide uit tot een brede anticoloniale strijd.

De Britten sloegen de opstand in 1858 met massaal militair geweld en brute vergeldingen neer. De opstand leidde tot een direct einde aan het bestuur van de Britse Oost-Indische Compagnie: via de Government of India Act 1858 nam de Britse kroon het directe bestuur over en ontstond de British Raj, waarmee India een officiële kroonkolonie van het Britse Rijk werd onder leiding van een onderkoning (viceroy).

Advertentie