In A Counterblaste to Tobacco, gepubliceerd in 1604, uit koning James I van Engeland zijn sterke afkeer tegen het gebruik van tabak. Het pamflet is een retorische en morele aanval op het snelgroeiende gebruik van tabak in Engeland, dat volgens de koning zowel lichamelijk als geestelijk schadelijk is. James I schreef het werk als een persoonlijke reactie op de populariteit van roken, die vooral vanuit de Nieuwe Wereld naar Europa was overgewaaid.

De koning noemt tabak een walgelijke gewoonte, die “weerzinwekkend is voor de neus, schadelijk voor de hersenen, en gevaarlijk voor de longen.” Hij hekelt het feit dat mensen het roken beschouwen als een modeverschijnsel of als iets wat goed zou zijn voor de gezondheid. Volgens hem is het tegenovergestelde waar: hij beschouwt roken als een vorm van moreel verval en zelfs als een zondige praktijk. Hij vergelijkt het gebruik van tabak met het inademen van de rook van de hel zelf.
Daarnaast stelt hij dat tabak een buitenlandse en heidense gewoonte is, afkomstig van “barbaarse” volkeren, en dus niet past binnen de christelijke en beschaafde cultuur van Engeland. James I verbindt zijn argumentatie met zijn bredere ideeën over gezondheid, religie en sociale orde, en wil met het pamflet het publiek waarschuwen tegen de gevaren van verslaving en moreel verval.
The Counterblaste to Tobacco is één van de eerste publieke gezondheidsbetogen tegen tabak en kan worden gezien als een vroege vorm van overheidsinmenging in persoonlijke gewoonten. Hoewel het pamflet destijds weinig effect had op de populariteit van roken, blijft het een opvallend historisch document dat laat zien hoe fel en principieel de koning zich verzette tegen de opkomst van tabaksgebruik in zijn rijk.