Na de capitulatie van de Duitse strijdkrachten in Nederland op 5 mei 1945 begon direct de afrekening met collaborateurs en leden van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB), de partij van Anton Mussert die openlijk met de nazi-bezetter had geheuld. Tienduizenden verdachten van landverraad en collaboratie werden in de weken na de bevrijding opgepakt door de Binnenlandse Strijdkrachten en opgesloten in interneringskampen, kazernes en gevangenissen in afwachting van hun berechting door de bijzondere rechtspraak.
Anton Mussert, die zich jarenlang ‘Leider van het Nederlandse volk’ had genoemd, werd op 7 mei 1945 gearresteerd in Den Haag. De arrestatie van de kopstukken symboliseerde de val van het nationaalsocialisme in Nederland en het herstel van de rechtsstaat. Veel van deze gevangenen zouden later terechtstaan voor hoogverraad tijdens de Bijzondere Rechtspleging, wat voor Mussert zelf leidde tot een doodvonnis dat in de zomer van 1946 werd voltrokken. Deze periode markeert een ingrijpende overgangsfase in de Nederlandse geschiedenis, waarin de breuk met de oorlogsjaren en de collaboratie centraal stonden.

De zwart-witfoto toont een groep gearresteerde kopstukken van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB), flankerend bewaakt door Nederlandse bewakers in uniform met koorden en laarzen (rechter- en linkerzijde). In het midden staat NSB-leider Anton Mussert (in donkere jas met nummer 45 op de revers). Naast hem staan andere prominente NSB’ers en collaboratie-functionarissen, onder wie Harmen Westra, NSB burgermeester van Den Haag en zijn opvolger Henri van Maasdijk. De mannen staan opgesteld voor een gebouw met tralies voor de ramen, wat duidt op een detentielocatie direct na de bevrijding.