Er gebeurde veel in Brabant tijdens de Tachtigjarige oorlog. Met name om de vestingsteden Breda en Geertruidenberg werd flink gevochten. De steden werden dan ook meerdere malen door de verschillende partijen ingenomen. Breda was tussen 1573-1577 en 1581-1589 in Spaanse handen, Geertruidenberg was toen in handen van de opstandelingen. Andersom kon ook: 1625-1637 was Breda in handen van de Republiek terwijl Geertruidenberg toen bezet was door de Spanjaarden.
Oosterhout bevond zich tijdens de Tachtigjarige oorlog in een lastige positie. Het was een van de grootste dorpen binnen de baronie van Breda en ligt precies tussen Geertruidenberg en Breda. Het dorp was kwetsbaar: het lag tussen de vechtende partijen in en was niet ommuurd zoals Geertruidenberg en Breda. Het dorp liep het risico het slachtoffer te worden van rondtrekkende plunderende soldaten.
De inwoners van Oosterhout richtten zich daarom tot Maurits van Oranje voor bescherming. Maurits vaardigde een beschermbrief (ook wel sauvegarde genoemd) uit voor Oosterhout. In een beschermbrief ligt vastgelegd dat een groep personen, plaats of instelling (denk hierbij bijvoorbeeld aan een klooster) niet beroofd, geplunderd of gebrandschat mag worden. De beschermbrief is uitgevaardigd door Maurits van Oranje, die na de moord op Willem van Oranje in 1584 de leiding over de opstandelingen had.

In de beschermbrief staat:
‘Versoecken daerom ende des niet te min amptshalven ghebieden ende bevelen ulieden expresselick, dat ghij U in gheender manieren en vervoordert den inghesetenen van Oosterhout te overlasten, beschadighen, berooven, hinderen oft krenken aenden lijve, heure huijsen, vee, vruchten oft goeden.’
en:
‘Om voortaen van allen overlasten, ghewelt, plonderinghen, uijtteringhen ende allen anderen schaden beschermt ende bevrijdt te blijven.’
De brief biedt de inwoners van Oosterhout bescherming tegen plundering door Maurits’ troepen. De geboden bescherming kwam overigens niet voort uit vaderlandsliefde:
‘Behoudelick dat die van Oosterhout voornoemt in erkentenisse van desen vrijdom, schuldich ende ghehouden sullen wesen te betalen aen Aert Janss. ontfangher vande maentlicke contributien’
De inwoners van Oosterhout dienden maandelijks een geldbedrag te betalen. Voor Maurits was het uitvaardigen van zo’n beschermbrief een belangrijke bron van inkomsten.
De oorkonde is ondertekend door drie personen: Maurits van Oranje, Christiaan Huygens (secretaris van de Raad van State en vader van Constantijn Huygens) en legeraanvoerder Filips van Hohenlohe-Neuenstein. Die laatste bevestigt onderaan de oorkonde dat alle ‘oversten, ritmeesteren, capiteijnen, bevelhebberen ende gemeenen soldaten te voete te peerde midts gaders allen anderen onder zijner genadige gebiet staende zich aan de sauvegarde zullen houden.’