Omdat Zeeland in de Romeinse tijd grotendeels een uitgestrekt veengebied was, werd er lang gedacht de provincie in die tijd onbewoonbaar was. Toch vonden archeologen af en toe resten van kleine boerderijen. Daaruit bleek dat er in de Romeinse tijd wel mensen hebben gewoond in het gebied dat nu Zeeland is. In 2002 werd bewezen dat er niet alleen losse, kleine boerderijen bestonden in Zeeland, maar dat er in de Romeinse tijd ook grotere nederzettingen waren. Tijdens een opgraving bij Ellewoutsdijk werden namelijk de resten van negen ‘inheems-Romeinse’ boerderijen gevonden. Daarvan waren er steeds twee tot vier tegelijkertijd bewoond.

De nederzetting
Ongeveer honderd jaar lang woonden er mensen op de vindplaats bij Ellewoutsdijk. Het waren mensen die leefden van akkerbouw en veeteelt. Archeologen konden nog veel houten palen van hun huizen terugvinden, omdat ze goed bewaard waren in het Zeeuwse veen. Ook werden er munten en aardewerk gevonden, waaruit bleek dat de bewoners van de boerderijen contact hadden met de Romeinen. Zij waren in het gebied om de noordgrens van hun Romeinse Rijk en de Noordzeekust goed te bewaken. Ook dreven ze handel over de Schelde.