Met de ‘Unie van Utrecht’ spreken de gewesten Holland, Zeeland, Gelre, Utrecht, en Groningen en een aantal steden in Vlaanderen en Brabant in januari 1579 onder meer af dat niemand mag worden vervolgd vanwege het geloof. Maar in de praktijk blijkt deze religieuze tolerantie in de eerste jaren na het afsluiten van de Unie van Utrecht niet groot.
Overal in de noordelijke Nederlanden worden lokale maatregelen genomen tegen het openlijk belijden van het katholieke geloof. Daardoor worden katholieken gedwongen om –net als eerder de protestanten- in het geheim en vaak op steeds wisselende plekken bij elkaar te komen om hun geloof te belijden.
Dat moet allemaal in het geheim, want er bestaat het gevaar dat iemand er achter komt en de plaatselijke justitie op de hoogte stelt (baljuw of schout).
Op 28 mei 1592 is er een kerkdienst georganiseerd in het huis van jonkvrouw Van Alckemade in Delft. De plaatselijke baljuw heeft hier op de een of andere manier lucht van gekregen en heeft de dienst laten stoppen.

In het document staat:
Een lijst van namen van de personen die op 28 mei jongstleden in het huis van jonkvrouw van Alckemade waren. Monnik Reinier Balthe Corneliszoon leidde daar, tegen alle voorschriften in, een gezongen kerkdienst. Deze bijeenkomst is op last van Het hof van Holland verstoord en beëindigd.
Eerst zijn de namen van de aanwezigen genoteerd. Daarna staan op de volgende pagina’s de bedragen genoteerd die de verschillende aanwezigen als boete moeten betalen. Daaruit wordt duidelijk dat jonkvrouw Van Alckemade (in wiens huis de dienst heeft plaatsgevonden) een aantal van deze boetes voor haar rekening neemt. In totaal worden 15 personen, zowel familieleden als aanwezig personeel wordt beboet. Ze moeten een bedrag betalen variërend van 16 tot 200 pond (voor de jonkvrouw als ‘organisatrice’).
De meeste mensen betalen 25 pond. Dat is overigens een flinke boete.
Het dossier bestaat uit maar 1 document, dus er is verder geen rechtszaak of zoiets gevolgd. Het document is opgesteld om vast te leggen wie een boete heeft gekregen en hoeveel er is betaald. Daarmee is de kous af.
Of de monnik die de mis heeft opgedragen ook is verbannen, vermeldt dit stuk niet.
Bekijk ook deze LessonUp les over religieuze vrijheid.