De brief is van Fries stadhouder Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg (1560-1620). Hij is in 1619 verzonden aan het stadsbestuur van Leeuwarden. Willem Lodewijk vraagt hierin hoe de versterking van de vestingstad vordert. Een goed beveiligde stad is namelijk van levensbelang tijdens de Nederlandse Opstand / Tachtigjarige Oorlog.
Twee data
In de brief staat 23 en 13 juli. Toch is de brief op één dag geschreven. Dit heeft te maken met de overgang van de oude Juliaanse kalender naar de nieuwe Gregoriaanse kalender in Europa. Waardoor de data opschoven.

Transcriptie:
A. 1619, 23/13 July.
Wilhelm Ludwig Grave van Nassau
Catzenelnbogen & Stadthouder in Vrieslant,
Stadt Groeningen ende Ommelanden etc.
Erenveste eersame ende discrete lieve besondere. De
sorchvuldicheyt die wy draegen voor de verseeckeringe van
UE(= U Edele)luyder Stadt, doet ons billick verlangen omme te weten
hoe wydt de fortificatiewercken aldaer gebracht sijn, sall
oversulcx UEluyden believen ons daervan particulierlijck te
verstendigen daerin sult gijluijden ons een welgevallen
bewijsen. Godt hiermede bevolen uijt ’s Graven-hage
den 23-13 July 1619
UEluijder seer goede Vrundt
Wilhelm Ludwig
Graff Zu Nassau
Vertaling:
Anno (= in het jaar) 1619, 23/13 juli
Willem Lodewijk, graaf van Nassau-
Katzenelnbogen & stadhouder van Friesland,
de stad Groningen en de Ommelanden, etc.
Geachte heren,
Omdat ik de verantwoordelijkheid draag voor de veiligheid van uw
stad, zou ik graag van u te weten willen komen
hoe het met de bouw van de vestingwerken is gesteld.
Zou u daarom zo vriendelijk willen zijn mij daarover
bericht te sturen? Daarmee doet u mij een groot plezier.
Uit naam van God vanuit Den Haag gestuurd
op 23-13 juli 1619.
Uw zeer goede vriend,
Willem Lodewijk
Graaf van Nassau