In januari 1995 vond in ’s-Hertogenbosch een grote overstroming plaats die grote delen van de stad en de snelweg A2 onder water zette. Deze ramp was onderdeel van een veel groter probleem: Nederland kampte met extreem hoge waterstanden in de rivieren, waardoor duizenden mensen moesten evacueren. De overstroming in ’s-Hertogenbosch was een wake-upcall voor Nederland. Het leidde tot ingrijpende veranderingen in de manier waarop het land met water omgaat.
Wat gebeurde er in 1995?
Nederland had in de winter van 1994-1995 te maken met veel regen. December 1994 was al nat, en in januari bleef het maar regenen. De rivieren in Zuidoost-Nederland, zoals de Maas en de Dommel, stonden daardoor extreem hoog. In ’s-Hertogenbosch was de situatie kritiek: de rivieren Aa en Dommel konden het water bijna niet meer vasthouden. De inwoners van de stad maakten zich grote zorgen.
Op 30 januari 1995 om half acht ’s avonds brak een dijk van de Dommel door bij Chalet Royal. Met enorme kracht stroomde het water door het gat naar buiten. Binnen korte tijd stond het hele Bossche Broek – een natuurgebied ten noorden van de stad – onder water. Nog erger: ook de hoge kades langs de A2 bezweken. De snelweg, een belangrijke verbinding tussen ’s-Hertogenbosch en andere steden, kwam voor een groot deel onder water te staan. Het leek alsof de stad aan een groot meer lag.

Surfer Max van Noorden jr. op de A2 tijdens de overstroming in 1995. Afbeelding: Erfgoed ‘s-Hertogenbosch, Van Noorden.
De gevolgen van de overstroming
Gelukkig bleef de schade in de binnenstad beperkt, omdat ’s-Hertogenbosch op een hoge zandrug ligt. Toch waren er problemen:
- Veel kelders liepen onder water.
- De politie zette de A2 af om ongelukken te voorkomen.
- Brandweermannen en vrijwilligers redden dieren, zoals reeën, konijnen en fazanten, uit het overstroomde gebied met roeiboten.
Na twee weken zakte het waterpeil weer. Het Bossche Broek droogde op en de A2 kon weer gebruikt worden. Het gat in de dijk werd dichtgemaakt met grote betonnen platen. Toch bleef er een blijvende herinnering aan de ramp: een diepe, ronde plas in het landschap. Zulke plassen, ontstaan door dijkdoorbraken, noemen we wielen. Het wiel bij het Bossche Broek is het jongste wiel van Nederland.
Een nieuwe aanpak: meer ruimte voor water
De overstroming van 1995 liet zien dat Nederland kwetsbaar was voor hoogwater. Voor die tijd dacht men dat het verhogen van dijken de beste oplossing was. Maar na 1995 bleek dat niet genoeg. De overheid bedacht een nieuw plan: het Deltaplan Grote Rivieren. Dit plan had als doel om rivieren meer ruimte te geven, zodat ze bij hoogwater makkelijker kunnen overstromen zonder dat mensen in gevaar komen.
In ’s-Hertogenbosch werd het Bossche Broek een waterbergingsgebied. Hiervoor werden hoge dijken langs de A2 aangelegd. Als de Dommel te veel water moet afvoeren, wordt een deel naar het Bossche Broek geleid. Daar wordt het water vastgehouden tot het waterpeil in de rivier weer normaal is. Daarna wordt het water teruggepompt naar de Dommel.
De toekomst: klimaatverandering en waterveiligheid
Door klimaatverandering neemt de kans op overstromingen toe. Er valt vaker extreme regen, en de zeespiegel stijgt. Rivieren hebben daardoor meer moeite om hun water naar zee af te voeren. Ook in ’s-Hertogenbosch moet men blijven opletten. Hoewel de rivieren nu meer ruimte hebben, blijft het belangrijk om de situatie goed in de gaten te houden.
De overstroming van de A2 in 1995 was een belangrijke les voor Nederland. Het liet zien dat waterbeheer niet alleen gaat over dijken verhogen, maar ook over slimme oplossingen zoals het geven van ruimte aan rivieren. Dankzij deze aanpak is Nederland nu beter voorbereid op toekomstige hoogwatersituaties.