Een Duitse huursoldaat houdt tussen 1625 en 1649 een dagboek bij van zijn leven in het Heilige Roomse Rijk. In 1635 schrijft hij:
We trokken naar Reichenweier in de Elzas. We hebben het stadje belegerd en beschoten. Op 3 juli gaven ze zich over. (…) Vervolgens trokken we naar Gemar, dat we ook veroverden. Toen gingen we terug naar Colmar. Daar waren we tijdens de oogsttijd in het veld gelegerd. We hebben de inwoners van Colmar het koren van de akkers rondom de stad ontnomen door het te maaien, met onze paarden te vertrappen en te verbranden. Vanuit de stad schoot men hevig met kanonnen op ons.
Extra Context
Tussen 1618 en 1648 werd het Heilige Roomse Rijk verscheurd door de Dertigjarige Oorlog. Wat begon als een religieus conflict tussen katholieken en protestanten binnen het Habsburgse Rijk, groeide uit tot een Europese machtsstrijd waarbij onder meer Zweden en Frankrijk betrokken raakten. Legers bestonden grotendeels uit huursoldaten die vaak slecht of niet betaald kregen. Hierdoor leefden zij van het plunderen en opeisen van voedsel en goederen bij de lokale bevolking (bellum se ipsum alet / de oorlog voedt zichzelf).
In 1635 trad Frankrijk actief toe tot de oorlog en werd het Rijnland, inclusief de Elzas, een belangrijk strijdtoneel. Legers pasten op grote schaal de tactiek van de verschroeide aarde toe: door oogsten te vernietigen wilden ze voorkomen dat de vijand of belegerde steden zichzelf konden bevoorraden. Dit leidde tot enorme hongersnoden, ontvolking en epidemieën onder de burgerbevolking in het Heilige Roomse Rijk.
UIt: Jan Peters ed., Ein Söldnerleben im Dreißigjährigen Krieg. Eine Quelle zur Sozialgeschichte, Akademie Verlag, Berlijn 1993, pag. 149