DDR-propagandapamflet gericht aan Oost-Duitse vluchtelingen in West-Berlijn

Omstreeks 1954 laat de regering van de DDR dit pamflet verspreiden in opvangkampen voor Oost-Duitse vluchtelingen in West-Berlijn. Hierin staat:

Aan allen die verblijven in de West-Berlijnse vluchtelingenkampen!
“Etalages met mooie dingen, elegante mensen, chique auto’s, dat maakt nog lang geen paradijs. Door mijn eigen inzichten en ervaringen ben ik achter deze
waarheid gekomen.” Dat zei mevrouw Helga Jänicke, Zionskirchstrasse 21 [in Oost-Berlijn]. Zij heeft met haar man het kampleven in West-Berlijn en West-Duitsland “tot het uiterste” leren kennen en keerde recentelijk terug in de democratische sector van Berlijn.
(…) Wat Helga Jänicke en haar man hebben gedaan, doen velen. Een onophoudelijke stroom van personen die genezen zijn van “het gouden Westen” (…). Zij hebben allemaal de weg naar een zinvol, eerlijk en mooi leven teruggevonden. De regering van de Duitse Democratische Republiek helpt hen en ook jou bij de opbouw van een zeker bestaan. (…) [De West-Duitse politici] gebruiken jullie wanhopige situatie in hun hetze tegen de Duitse Democratische Republiek en om de lonen van de West-Berlijnse arbeiders laag te houden. (…) Laat jullie daarvoor niet misbruiken.

Keer terug naar je vaderland, naar de Duitse Democratische Republiek!

Extra context

Na de Tweede Wereldoorlog en het uitbreken van de Koude Oorlog werd Duitsland in 1949 definitief opgedeeld in de Bondsrepubliek Duitsland (BRD, Westers bondgenootschap) en de Duitse Democratische Republiek (DDR, communistisch Oostblok). Terwijl West-Duitsland in de jaren vijftig met Amerikaanse steun (Marshallplan) en de invoering van de sociale markteconomie een ongekende economische bloei doormaakte (Wirtschaftswunder), kampte de DDR met economische tekorten, herstelbetalingen aan de Sovjet-Unie, strenge rantsoenering en een gebrek aan politieke vrijheid. De harde onderdrukking van de Oost-Duitse volksopstand van 17 juni 1953 versterkte het wantrouwen van de bevolking in het communistische SED-regime.

Tussen 1949 en de bouw van de Berlijnse Muur in 1961 ontvluchtten ruim 2,5 miljoen mensen de DDR. Omdat de binnengrenzen tussen de BRD en de DDR al in 1952 zwaar waren afgegrendeld, vormde de open sectorgrens in Berlijn de belangrijkste ontsnappingsroute naar het Westen. Dit massale vertrek – veelal van hoogopgeleide jongeren, artsen, ingenieurs en vaklieden (brain drain) – bracht de DDR-economie en de legitimiteit van het communistische systeem in ernstig gevaar.

Om deze vluchtelingenstroom in te dammen zette het DDR-regime zwaar in op propaganda en repressie. Het pamflet toont hoe de overheid probeerde twijfel te zaaien onder vluchtelingen door in te spelen op de moeilijke, overvolle omstandigheden in de doorgangskampen (zoals noodopvanglocatie Marienfelde) en de consumptiemaatschappij als immoreel en oppervlakkig af te schilderen. Omdat dit soort overtuigingscampagnes het tij niet kon keren, besloot de Oost-Duitse leiding onder Walter Ulbricht in augustus 1961 met Sovjetsteun de grens hermetisch af te sluiten via de bouw van de Berlijnse Muur.

Advertentie