Tijdens het ploegen van zijn akker hoorde een boer uit Bocholtz in 2003 op een specifieke plek steeds een raar, krassend geluid. Nadat zijn ploeg meerdere keren over deze plek reed en beschadigd raakte, wilde hij weten wat dit krassende geluid veroorzaakte. Misschien was het wel een grote steen? Toen hij een gat groef op de plek, kwam hij erachter dat het geen steen was, maar de deksel van een askist uit de Romeinse tijd! Dit is een grafkist waarin crematieresten worden gelegd. De boer vertelde aan de provincie Limburg wat hij had gevonden. Zij zochten toen contact met de archeologen van de overheid en besloten de kist op te graven.
Een luxe badflesje
De grote sarcofaag was niet de enige vondst die werd gedaan. De archeologen kwamen er namelijk achter dat de kist in een soort grafkelder had gestaan. In deze kelder waren allemaal spullen bijgezet voor de overleden persoon. Dit noemen archeologen grafgiften. Er werden bronzen kruiken, een olielampje, een ijzeren klapstoeltje en een glazen fles rondom de kist teruggevonden. Ook in de kist vonden archeologen spullen. Een erg bijzondere vondst was een bronzen balsamarium in de vorm van een jonge man. Een balsamarium is een Latijnse naam voor een badolieflesje. Archeologen denken dat de jonge man Antinoüs zou kunnen voorstellen, de mannelijke geliefde van keizer Hadrianus.

Romeinse villa’s in Limburg
In Limburg zijn door archeologen veel Romeinse villa’s gevonden. Ook vlakbij waar de sarcofaag is gevonden hebben vroeger veel villa’s gestaan. Dit waren luxe Romeinse huizen op het platteland die daarnaast ook boerderijen waren waar veel voedsel werd verbouwd. De mensen die in deze villa’s woonden waren vaak erg rijk en kregen dure spullen mee in hun graven. De sarcofaag van Bocholtz is waarschijnlijk ook van een van deze rijke villabewoners geweest.