Deze beschilderde kom uit de vroegmoderne tijd werd gevonden door een amateurarcheoloog, ergens tussen 2000 en 2010. Hij deed de vondst door te graven in een oude beerput in de buurt van het Bellamypark in Vlissingen. Het kommetje is gemaakt van een halve kalebas. Dat is de verzamelnaam voor een groep gewassen met harde schil, zoals pompoenen. Kalebassen worden in veel landen in Zuid-Amerika en Afrika uitgehold en gebruikt om dingen van te maken, zoals muziekinstrumenten, bekers, flessen, en dus ook kommen.
Van Peru naar Nederland
Door de beschilderingen op de kom goed te onderzoeken, denken archeologen dat deze oorspronkelijk uit Peru komt. Dat is een land in Zuid-Amerika. De Spanjaarden hadden koloniën in Zuid-Amerika en vervoerden per schip veel kostbare spullen zoals zilver vanuit die gebieden naar hun thuisland. Peru was één van die Spaanse koloniën.

In de eerste helft van de zeventiende eeuw was Nederland (toen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden) in oorlog met Spanje. Om de Spanjaarden tijdens de Tachtigjarige Oorlog dwars te zitten, vielen schepen van de Republiek de Spaanse handelsschepen vaak aan. Daarbij werd de buit door de Nederlanders gestolen. Zo is het kommetje waarschijnlijk in Vlissingen beland: hij werd in Peru gemaakt, meegenomen door de Spanjaarden, en vervolgens geroofd door de Nederlanders die daarna thuiskwamen in de haven van Vlissingen.
De bekendste verovering van een Spaanse vloot door de Nederlanders was de verovering van de Zilvervloot door Piet Hein. Daarover kun je een filmpje bekijken.