Enquête in damesblad Margriet over taakverdeling binnen het huwelijk

Het damesblad Margriet houdt in 1974 een enquête onder zijn lezers. De uitkomst van deze enquête wordt in het blad gepubliceerd en voorzien van commentaar door Hedy d’Ancona, de hoofdredacteur van het feministische maandblad Opzij:

Mevrouw en meneer T. verdelen eerlijk alle huishoudelijke bezigheden en de verzorging van hun drie kinderen. Om dat te kunnen doen, hebben zij beiden een baan voor halve dagen: hij ’s ochtends, zij ’s middags. Wat vindt u van meneer T.?

Voor zo’n man zou ik geen waardering hebben 13%
Volgens mij maken het huishouden en de verzorging van de kinderen toch een Jan Hen1) van een man 7%
Het doet mij niets 15%
Ik bewonder hem, maar zo’n huwelijk zou ik niet willen 44%
Ik bewonder hem, ik wou dat ik zo’n huwelijk had 21%

Commentaar van Hedy d’Ancona:
Voor de overgrote meerderheid hoeft het (nog?) niet: één op de vijf vrouwen zou zo’n huwelijk willen. Maar er is wél waardering voor hem, bewondering zelfs, en die is het grootst bij de jongeren, ongehuwden.

noot 1 Dit is een spotnaam voor een man die vrouwentaken op zich neemt.

Historische context

In de jaren 1960 en 1970 voltrok zich in Nederland de Tweede Feministische Golf. Waar de eerste feministische golf (rond 1900) primair streed voor vrouwenkiesrecht en toegang tot het hoger onderwijs, richtte de tweede golf zich op sociaaleconomische gelijkheid, zelfbeschikking, herverdeling van zorg- en huishoudelijke taken en de doorbreking van traditionele rolpatronen. Actiegroepen zoals Man Vrouw Maatschappij (MVM, opgericht in 1968 door onder meer Joke Kool-Smit en Hedy d’Ancona) en Dolle Mina (1969) zetten het maatschappelijke debat op scherp.

Tot in de jaren 1960 gold in Nederland het kostwinnersmodel als maatschappelijke en wettelijke norm: de man verdiende het inkomen buitenshuis, terwijl de gehuwde vrouw verantwoordelijk was voor het huishouden en de opvoeding van de kinderen. Hoewel het wettelijke ontslaggebod voor vrouwelijke ambtenaren bij een huwelijk in 1955/1958 werd afgeschaft en de handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw in 1956 verdween, bleef het traditionele rolpatroon diep geworteld in de maatschappij.

De enquête in Margriet — van oudsher een behoudend familie- en vrouwenblad — en het redactionele commentaar van Hedy d’Ancona (hoofdredacteur van het in 1972 opgerichte tijdschrift Opzij) illustreren de overgangsfase waarin Nederland zich in 1974 bevond. Enerzijds groeide de culturele acceptatie voor gelijke rechten en nieuwe gezinsvormen, anderzijds bleef de feitelijke praktijk van gelijke taakverdeling en parttime werkende vaders nog een uitzondering. De emancipatiebeweging wist via de populaire media een breed publiek te bereiken en droeg bij aan de geleidelijke stijging van de arbeidsparticipatie van vrouwen en de secularisatie en individualisering van de samenleving in de late twintigste eeuw.

Advertentie