Familie Trowidjojo gaat als contracarbeiders naar Suriname

Dit piepkleine fotootje in het Stadsarchief Amsterdam vertelt een verhaal van duizenden Javaanse contractarbeiders die tussen 1890 en 1914 naar Suriname reisden. We zien een groep Indonesiërs, op blote voeten, op de Amsterdamse Handelskade staan. Tussen hen moeten ook de zussen Marijem, Djeminah en Saijem Trowidjojo staan. De zussen uit de regio Kedu op Java waren geronseld om in Suriname te gaan werken.

Omdat er geen rechtstreekse verbinding tussen Indonesië en Suriname bestond, moesten zij in Amsterdam een tussenstop maken. Niet wetende wat hen precies te wachten stond, stapten de zussen op 24 augustus 1900 van het schip de Madura op de kade in Amsterdam. Samen met de andere migranten werden ze daar in de loods van de Stoomvaart Maatschappij Nederland (SMN) ondergebracht, die op de achtergrond van de foto’s te zien is. Enkele dagen later werd de reis naar Suriname voortgezet.

In Suriname werden zij tewerkgesteld op suikerplantage Mariënburg, eigendom van de Nederlandsche Handel-Maatschappij (NHM). Ondanks de zware leef-en werkomstandigheden op de plantage wisten Djeminah en Saijem een familie te stichten. De oudste zus, Marijem Trowidjojo besloot terug te keren naar haar geboorteland. Zij voer in 1906 – opnieuw via Amsterdam ­ terug naar Java.

Advertentie