In 2019 werden door amateurarcheologen in het Twentse natuurgebied Springendal met metaaldetectoren meerdere gouden muntjes en hangertjes gevonden. De vondsten waren zo belangrijk dat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in 2021-2022 de vondstlocatie heeft opgegraven. Tijdens deze opgraving werden nog meer munten gevonden. En later vonden amateurarcheologen nog meer munten in de omgeving.
Sieraden en gouden en zilveren munten
De gevonden sieraden en gouden en zilveren munten komen uit de 6de en 7de eeuw, een periode die ook wel de ‘Merovingische periode’ of de vroege middeleeuwen wordt genoemd. Veel van de muntjes noemen Dorestad in de inscriptie. Het is bijzonder dat de schat hier in Overijssel werd gevonden want er worden maar weinig uit de vroege middeleeuwen in deze regio gedaan. Vondsten die wel uit deze periode komen worden vaak gevonden in woon- of begraafplaatsen. Maar op de plek in het Springendal zijn geen graven of huizen teruggevonden. Dit maakt de plek extra speciaal! Maar hoe zijn deze voorwerpen hier dan in de grond terechtgekomen?

Een vroegmiddeleeuwse offerplaats?
Archeologen zijn erachter gekomen dat de muntjes en sieraden zijn achtergelaten bij een kruispunt dat hier in de vroege middeleeuwen bestond. Op dit kruispunt stonden een aantal grote houten palen, waaromheen allemaal muntjes en sieraden zijn achtergelaten. Waarschijnlijk zijn de muntjes en sieraden offers, misschien wel aan een natuurgod. Dit is ook interessant omdat rond deze tijd het christendom in Nederland meer aanhangers krijgt. Daarnaast werden op de plek metalen riemstukken gevonden die ouder zijn dan de muntjes. Archeologen denken daarom dat het kruispunt al langer bestond voordat hier een offerplaats werd gemaakt. Waarom de offers zijn gemaakt, blijft helaas een raadsel.