het Ardennenoffensief

In december 1944 lanceerde Nazi-Duitsland onder de codenaam Unternehmen Wacht am Rhein een laatste grote tegenaanval op de Westelijke Allerantie, beter bekend als de Slag om de Ardennen of Battle of the Bulge. Hitler hoopte met deze verrassingsaanval door zwak bezette sectoren in de Ardennen naar Antwerpen door te stoten, de geallieerde linies te splitsen en zo omsingeling of onderhandelingen af te dwingen.

Op 16 december 1944, terwijl mist en lage bewolking de geallieerde vliegtuigen aan de grond hielden, trokken ongeveer 250.000 Duitse soldaten, ondersteund door meer dan 400 tanks en talloze artilleriestukken, de Ardennen in. Ze stootten door een smal front dat slechts licht verdedigd was door uitgeputte Amerikaanse reservetroepen. Dankzij het terrein en onverwachte omstandigheden boekten de Duitsers aanvankelijk aanzienlijke terreinwinst.

De verdediging rond knooppunten als St. Vith en Bastogne werd cruciaal voor het uiteindelijke mislukken van het offensief. In St. Vith bood de Amerikaanse VIII Corps weerstand waardoor de Duitse opmars vertraagde en hun tijdschema ontspoorde. Ondanks zware druk hielden de Amerikanen stand tot 21 december, waarna ze zich strategisch terugtrokken. In Bastogne hield de 101st Airborne Division met andere eenheden de stad vast ondanks omsingeling. De beroemde reactie van brigadegeneraal Anthony McAuliffe op een Duitse capitulatierap, “Nuts!”, symboliseerde de vastberadenheid. Op 26 december brak Pattons Derde Leger de omsingeling en breidde de verdediging uit.

Frontlijn, slagorde en opmarsroutes op 16 december. Bron: Paul Boellaard, Go2War2.nl.

Naarmate het weer opklaarde konden de geallieerden vanaf 23 december gebruik maken van luchtsteun, wat de bevoorrading en luchtaanvallen op Duitse troepen mogelijk maakte. Daarmee werd de Duitse aanval stelselmatig ingekaderd en teruggedrongen. Tegen 16 januari 1945 waren de Ardennenlinies hersteld en was de Duitse aanval definitief afgeslagen.

De uiteindelijke verliezen waren enorm. De geallieerde troepen (voornamelijk Amerikaans) leden ongeveer 75.000 slachtoffers, waaronder tienduizenden gewonden, vermisten of gevangenen. Duitse verliezen waren nog hoger, naar schatting tussen de 63.000 en 104.000 man, met grote verliezen in tanks en materieel. De Duitse strijdkrachten waren na deze operatie blijvend verzwakt en konden geen substantiële offensieven meer uitvoeren.

Historisch wordt het Ardennenoffensief gezien als de laatste grote Duitse poging om de oorlog te keren op het Westfront. Hoewel de verrassingsaanval in eerste instantie succesvol leek, faalde hij door onderschatting van de geallieerde weerstand, logistieke problemen en uiteindelijk door de herwonnen luchtmacht- en artillerieondersteuning van de geallieerden. Voor de Verenigde Staten was het de bloedigste veldslag ooit, en het verlies aan ervaren Duitse eenheden en materieel gaf de geallieerden een doorslaggevend voordeel in de daaropvolgende opmars naar Duitsland.

Samengevat was het Ardennenoffensief een tactisch meesterlijke maar strategisch mislukte gok van Hitler. Het bood tijdelijk overwicht maar ging ten koste van de laatste reserves van het Duitse leger. Na deze mislukking volgden geallieerde doorbraken richting de Rijn en uiteindelijk de inname van Duitsland – een pad dat mede werd geëffend door de onverzettelijkheid van geallieerde troepen in de winter van 1944–1945.

Kijk op de site van Traces of War voor veel meer informatie en bijbehorende foto´s over het Ardennenoffensief. Je komt er via de link naar de originele bron.

Advertentie