In de periode 1936–1940 ontwikkelde het Meetgebouw (het latere Physisch Laboratorium) op Waalsdorp onder leiding van ir. J.L.C.W. von Weiler en ir. S. Gratama in het geheim de eerste Nederlandse radar, destijds aangeduid als het ‘elektrisch luisterterrein’.
Deze radar zond ultrakorte radiogolven uit (golflengte van ca. 70 cm) via de zender en ving de reflectie van naderende vliegtuigen op via de draaibare ontvanger (de meetkop). Hiermee kon de apparatuur de richting (peiling) en de afstand van viandige vliegtuigen nauwkeurig vaststellen, ongeacht mist, wolken of duisternis. De optische kijker aan de zijkant was gekoppeld aan de antenne-oriëntatie, waardoor men een zoeklicht of luchtafweergeschut direct op het opgespoorde doel kon richten.
Bij de Duitse inval in mei 1940 stond een werkend prototype van dit systeem opgesteld op het Malieveld in Den Haag, waar het met succes vijandelijke Duitse vliegtuigen peilde. Vlak voor de Nederlandse capitulatie werd de installatie vernietigd, maar de bouwtekeningen en de ontwerpers wisten via Scheveningen naar Engeland te ontkomen. De Nederlandse techniek van gepulste radiogolven op ultrakorte golflengte werd direct geïntegreerd in de Britse marine-radar (zoals de Type 281 radar voor luchtdoelopsporing).

De afbeelding toont een schaalmodel van de meetkop van de vroege Nederlandse radarinstallatie. Op een stalen onderstel staat een vakwerktoren met daarboven een draaibare, vierkante netantenne met dipool-elementen. Aan de zijkant van de toren bevindt zich een koper- of goudkleurige kast met optische richtuitrusting, verbonden met een kettingaandrijving en bedieningspedalen op het grondvlak.