Hulde en trouw aan de graaf van Vlaanderen

Verslag van de hulde en trouw die in 1127 aan Willem I, graaf van Vlaanderen gebracht werd, nadat zijn voorganger Karel I de Goede gestorven was:

Gedurende de hele rest van de dag brachten degenen, die vroeger door de meest godvruchtige graaf Karel met een leen waren begiftigd, hulde aan de graaf, waarmee zij nu opnieuw de lenen en ambten en al wat zij daarvoor rechtmatig en wettig hadden verworven aannamen. Op donderdag 7 april werd opnieuw hulde aan de graaf gebracht op de volgende manier.
Eerst brachten zij zo hulde. De graaf vroeg of hij volledig zijn man wilde worden, en de ander antwoordde: ‘dat wil ik’; en met ineengeslagen handen met daaromheen de handen van de graaf, werden zij door een kus met elkaar verbonden.
Vervolgens betuigde degene die hulde gebracht had zijn trouw aan de vertegenwoordiger van de graaf met deze woorden: ‘Ik beloof op mijn woord dat ik in de toekomst trouw zal zijn aan graaf Willem en dat ik mijn leenhulde aan hem volledig (…) in acht zal nemen in goed vertrouwen en zonder bedrog’ en ten derde legde hij met het oog hierop een eed af op de relieken van de heiligen. Daarna gaf de graaf, met een kleine staf die hij in zijn hand hield, de bevestiging aan allen die door deze overeenkomst hun borg en hulde en daarbij horende eed hadden gegeven.

Advertentie