Vlak na 1225, in de late middeleeuwen, werd er vlakbij Deventer een klooster gesticht met de naam ‘Maria ter Horst’. Dit was een klooster van de ‘cisterciënzers’. Zij waren eerst een orde van alleen monniken, later ook nonnen. Ze streng leefden volgens de leefregels van Benedictus, een heilig verklaarde monnik die in de vroege middeleeuwen opschreef wat kloosterbewoners wel en niet moesten doen. Uit historische bronnen lijkt het dat in klooster Maria ter Horst nonnen leefden.
Bijzondere normale borden
Je ziet hier een stapel met houten borden. Hoewel deze borden heel normaal lijken, zijn ze ook erg bijzonder. Ze zijn namelijk goed bewaard gebleven. Hout vergaat vaak redelijk snel, en al helemaal als er brand uitbreekt. Toch zijn deze borden bewaard gebleven. Maar hoe kan dat dan? Archeologen vonden in 2006 deze borden in de oude kloostergracht, die was opgevuld met natte grond. Hout blijft in natte grond vaak wel goed bewaard. Wat ook bijzonder is aan de borden, is dat ze allemaal verschillende merkjes hadden, waarschijnlijk van nonnen. Een van de leefregels van Benedictus was het afstaan van eigen bezit: alles was van het klooster. Maar misschien werden niet alle regels streng gevolgd en wilden de nonnen graag hun eigen bord gebruiken tijdens het eten?

Een dramatisch einde
Het klooster bestond maar kort: ongeveer 20 jaar! Tussen 1253 en 1259 was er een grote brand die het gebouw zwaar beschadigde. Uit oude brieven kwamen archeologen erachter dat het klooster in 1259 werd verlaten door de nonnen omdat zij hier niet meer konden wonen. Ze verhuisden naar een klooster in Xanten, in Duitsland. Wat er daarna met het klooster gebeurde weet niemand. Waarschijnlijk is het gebouw ingestort of afgebroken en zijn de borden in de oude kloostergracht terecht gekomen.