Jan Janszoon was een zeventiende-eeuwse kaapvaarder die zich tot de islam bekeerde en onder de nieuwe naam Mourad Raïs zelfs tot admiraal van de vloot van het Marokkaanse Salé benoemd werd. Hij werd in 1570 in Haarlem geboren en begon als kaapvaarder met een Nederlandse kaperbrief. Toen de Republiek in 1609 een wapenstilstand met Spanje sloot, verloor hij zijn werk. In 1618 bekeerde hij zich onder invloed van Soliman Raïs, een andere Nederlandse bekeerling, tot de islam, nam de naam Mourad Raïs aan en trouwde een moslimvrouw. Hij vertrok naar Salé in Marokko, waar hij uitgroeide tot admiraal van de lokale kapersvloot.

Portret van Jan Janszoon alias admiraal Murat Reis, 1650, Pier Francesco Mola. Musée du Louvre, Parijs.
Mourad vermeed Nederlandse schepen en bemiddelde juist voor gevangen landgenoten, wat hem de bijnaam “informele vertegenwoordiger” van de Republiek opleverde. De Staten-Generaal zagen hem als nuttig, ondanks hun afkeer van bekeerlingen. Hij introduceerde moderne zeiltechnieken in Noord-Afrika en handhaafde een delicaat evenwicht tussen Marokkaanse en Nederlandse belangen.
Terug in de Republiek in 1627 ontliep hij de dreigende brandstapel voor afvalligen; hij werd zelfs opgevangen in een Amsterdams gasthuis. In 1630 werd hij gevangengenomen door Malta, maar al snel werd hij vrijgekocht door de sultan van Marokko. Uiteindelijk werd hij gouverneur van El-Oualidia. Zijn verhaal toont hoe hij als voormalige piraat uiteindelijk diplomaat en bestuurder werd; een typische “polderaar” die twee werelden verbond.