Archeologen wisten dat er in het gebied wat wij nu Nederland noemen Neanderthalers hadden geleefd omdat ze al veel gereedschap van ze hadden gevonden. Het enige wat miste, waren botten van de Neanderthalers zelf. Gelukkig was het in 2001 zover! Het eerste stukje bot van een Neanderthaler werd gevonden en kwam uit de Noordzee.
De vondst
Het stukje bot dat werd gevonden is een deel van het hoofd, de schedel, van een Neanderthaler. Neanderthalers kun je herkennen aan forse wenkbrauwbogen en dit stukje bot is precies zo’n wenkbrauwboog. Archeologen vermoeden dat het bot van een jonge mannelijke Neanderthaler was. Ze hebben hem ‘Krijn’ genoemd, omdat het een Zeeuwse naam is en het stuk bot voor de kust van Zeeland is gevonden. Krijn was een echte vleeseter en leefde van de jacht op wilde dieren die er toen in zijn omgeving leefden, zoals wolharige neushoorns en mammoeten. Er is een reconstructie gemaakt van het gezicht van Krijn. Kijk maar eens bij de afbeeldingen en het filmpje!
Hoe ouder de archeologische vondsten zijn, hoe moeilijker het wordt om precies te weten hoe oud ze zijn. Soms worden ze daarom ingedeeld in ontzettend grote periodes. Dit geldt ook voor Krijn: archeologen vermoeden dat hij geleefd moet hebben tussen ongeveer 90.000 en 35.000 jaar geleden. Dit hebben ze ingeschat omdat ze andere voorwerpen uit de Noordzee hebben gevonden, waarvan ze wel weten hoe oud deze zijn door ze te vergelijken met andere vormen.

Zelf ontdekken?
In het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden kun je het stukje bot van Krijn in het echt zien.