In de 17e en 18e eeuw trokken veel migranten uit het Duitse Rijk naar Nederland, vooral naar Noord-Holland. Dat is goed terug te zien in de lidmaatboeken van evangelisch-lutherse kerken. Deze registers vermelden niet alleen wie lid werd, maar vaak ook de exacte herkomstplaats. Daardoor wordt duidelijk dat een groot deel van de nieuwe leden uit Noord-Duitse gebieden kwam, zoals Hannover, Westfalen en Oost-Friesland. Voor veel van deze migranten vormde de inschrijving in de lutherse gemeente hun eerste officiële registratie in Nederland. De lidmaatboeken geven zo een helder beeld van de voortdurende arbeids- en handelsmigratie naar de Nederlandse kustprovincies in de 18e eeuw.
