Maquette van het Achterhuis (Prinsengracht 263): deel 2

Nadat het dagboek van Anne Frank wereldwijd bekendheid kreeg, werd het pand aan de Prinsengracht in 1960 opengesteld als museum. Omdat het Achterhuis tijdens de arrestatie in 1944 door de nazi’s volledig was leeggehaald (‘gepulst’), besloot Otto Frank dat de kamers leeg moesten blijven om de leegte en de afwezigheid van de gedeporteerden te symboliseren. Om bezoekers toch een beeld te geven van hoe de acht onderduikers leefden tijdens de Duitse bezetting, werden deze gedetailleerde maquettes gemaakt.

Deze maquette toont de complexe structuur van het grachtenpand, bestaande uit een voorhuis (waar het bedrijf Opekta gevestigd was) en het verborgen achterhuis. Het model illustreert hoe de onderduikers zich moesten aanpassen aan een extreem kleine ruimte, waar zij meer dan twee jaar lang opgesloten zaten. De ruimtelijke indeling was cruciaal voor hun veiligheid; de scheiding tussen de dagelijkse bedrijvigheid in het voorhuis en de absolute stilte in het achterhuis was een kwestie van leven of dood. De maquette maakt de fysieke beperkingen van het leven onder het totalitarisme en de dreiging van de holocaust visueel inzichtelijk.

Advertentie