Namenlijsten van Joodse overlevenden

Na de capitulatie van nazi-Duitsland in mei 1945 heerste er in Nederland grote onduidelijkheid over het lot van de gedeporteerde Joden. Van de circa 107.000 weggevoerden keerden er slechts weinigen terug uit de concentratie- en vernietigingskampen. Het Centraal Registratie Bureau voor Joden werd opgericht om de stroom overlevenden in kaart te brengen, zowel degenen die uit de kampen terugkeerden als degenen die uit de onderduik kwamen.

Deze 18 lijsten vormen een groot contrast met de eerdere deportatielijsten en de kaarten van de Joodse Raad. Waar die eerdere administratie de opmaat was naar de Genocide, dienden deze lijsten voor hereniging en herstel. Families zochten op deze vellen papier koortsachtig naar de namen van geliefden. De lijsten laten echter ook de enorme omvang van de catastrofe zien: de lijsten zijn pijnlijk kort in vergelijking met de vooroorlogse bevolkingscijfers.

Bovendien weerspiegelen ze de moeizame bureaucratie van de bevrijding. Nederland was ontwricht en de opvang van Joodse overlevenden verliep vaak stroef en onpersoonlijk. Deze documenten markeren het begin van de lange weg van de Joodse gemeenschap om hun leven weer op te pakken in een land dat voor velen niet meer voelde als het thuis dat zij voor 1940 kenden.

Op lijst no. 3 staan Otto Frank en o.a. Rosa de Winter, Eva en Fritzi Geiringer onder “Lijst van Joden, via Odessa in Marseille aangekomen”: Op lijst no. 17 onder “Alphabetische lijst van teruggekeerde Joden, aangekomen op het Centraal Station te Amsterdam.”

Advertentie