NSB niet blij met staking

In 1943 breken in Nederland stakingen uit tegen de Duitse bezetter. A. Stoetzer, de districtsleider van de Nationaal Socialistische Beweging (NSB) in Noord-Brabant, schrijft in een rapport aan Mussert, de landelijke leider van de NSB:

De stemming van het volk na het gebeurde is moeilijk te bepalen. (…) Op sommige plaatsen is de stemming zelfs meer anti-Engels geworden, omdat de bevolking in het naïeve vertrouwen geleefd had, dat men van de overkant hulp zou krijgen. Wel is men in het algemeen verontwaardigd over het feit dat van de Philipsfabrieken te Eindhoven alleen vier gewone arbeiders en een gewone kantoorbediende doodgeschoten zijn1. (…) Hoewel de stemming door een en ander niet meer anti-NSB geworden is dan die reeds was, zal de propaganda toch veel moeilijker worden. Nodig schijnt mij in ieder geval, dat vele min of meer hooggeplaatste personen, die zich bij deze gebeurtenissen bloot gegeven hebben, alsnog aangepakt worden. (…) Ook bij de politie dient nog veel verbeterd te worden. De vervanging van enkele burgemeesters moet noodzakelijk volgen.

noot 1 De Duitse bezetter schiet als strafmaatregel enkele Nederlandse stakers dood.

Advertentie