Dit is de omslag voor twee van de drie originele dagboeken van Anne Frank, waarin ze de onderduik in het achterhuis van Prinsengracht 263 beschrijft. Elk dagboek beslaat een deel uit deze periode, en Anne Frank krijgt een nieuw dagboek zodra het vorige volgeschreven is. Tussen 20 mei en 4 augustus 1944 herschrijft ze haar dagboek, met de intentie om het na het einde van de oorlog te publiceren.

Veel mensen kennen alleen het rood-geruite dagboek dat Anne voor haar dertiende verjaardag kreeg. Echter, gedurende de onderduikperiode schreef Anne zoveel dat zij meerdere schriften vulde. Deze bron toont de omslagen van haar vervolgdagboeken. Het tweede dagboek (een zwart kasboek) liep van december 1942 tot december 1943, en het derde dagboek van december 1943 tot aan de arrestatie in augustus 1944.
Deze schriften zijn van onschatbare waarde voor het begrip van de holocaust. Ze laten de ontwikkeling zien van Anne van een jong meisje naar een reflecterende schrijfster. In de periode dat deze schriften werden gevuld, nam de druk van de Duitse bezetting buiten toe. Terwijl de deportaties vanuit kamp Westerbork naar de vernietigingskampen in volle gang waren, legde Anne in deze boeken de dagelijkse spanningen, de hoop op de geallieerde invasie en haar innerlijke groei vast.
Het feit dat deze schriften bewaard zijn gebleven, is te danken aan de moed van de helpers. Na de inval van de Grüne Polizei op 4 augustus 1944 bleven de papieren op de grond liggen. Miep Gies en Bep Voskuijl vonden ze en bewaarden ze ongelezen in een bureaulade, in de hoop ze na de oorlog aan Anne terug te kunnen geven. Uiteindelijk werden ze de basis voor het wereldberoemde boek dat door Otto Frank werd samengesteld.