Ontslag lantaarnaansteker

De industrialisatie zorgde voor grote veranderingen in ons land. Door nieuwe ontwikkelingen ontstonden er nieuwe banen, maar verdwenen er ook een hoop. In deze bron wordt zo’n verdwenen beroep uitgelicht: de lantaarnaansteker.

Een nieuwe uitvinding die ervoor zorgt dat je ontslagen wordt. De lantaarnaansteker uit Heiloo, meneer Lek, kreeg daar volgens deze brief uit 1914 mee te maken. Zijn taak was om de lantaarns één voor één aan te steken. Voor de uitvinding van de elektriciteit werkten de straatlantaarns namelijk op gas. Met een ladder of een lange stok trokken de lantaarnaanstekers eropuit om ‘s avonds de straatverlichting aan te zetten en ‘s ochtends weer uit te doen.

De lantaarnaanstekers konden niet leven van alléén lantaarns aansteken. De baan werd vaak gecombineerd met een baan als bewaker van de stad. Dat was een handige combinatie, want als lantaarnaansteker liep je toch al door de straten.

Met de komst van de elektrische straatverlichting aan het begin van de twintigste eeuw, werd het beroep van lantaarnaansteker overbodig. De lantaarns gingen sindsdien automatisch aan en uit. Een handige uitvinding, maar wel jammer voor meneer Lek. Hij kreeg eervol ontslag en moest op zoek naar een nieuwe baan.

In de brief staat het volgende:

“Vrij van Zegel, ingevolge art. 32, 15e der Zegelwet 1917.

De RAAD der gemeente HEILOO.

Overwegende dat de straatverlichting nu is aangesloten op het elektriciteitsnet en het aansteken en doven van de lantaarns automatisch gebeurt, kan het beroep van lantaarnopsteker vervallen.

Besluit:

Aan D. LEK met ingang van 1 mei 1914 EERVOL ONTSLAG te verlenen als LANTAARNOPSTEKER.

HEILOO, 11 februari 1914. De Gemeenteraad, [Handtekening] Voorzitter [Handtekening] J. van der Molen, Wethouder”

Advertentie