In Nederland zijn nog 53 hunebedden. Er waren vroeger veel meer hunebedden, maar een groot deel is gesloopt of verdwenen. De hunebedden die vandaag nog te zien zijn, worden bijna allemaal door de overheid beschermd. Dit is goed omdat de hunebedden inmiddels zeldzaam zijn en we er zuinig op moeten zijn. Ze mogen daarom niet vernield worden. Maar voor archeologen is het soms onhandig: ze mogen er niet meer opgraven. Sinds de jaren ’80 van de vorige eeuw waren er geen opgravingen meer bij hunebedden. Dit veranderde toen archeologen van Rijksuniversiteit Groningen in 2021 en 2022 speciale toestemming kregen om te graven en onderzoek te doen bij hunebed D34, in Valthe-West in Drenthe. Hier vonden ze interessante dingen!
Dekheuvels
De opgraving van de archeologen was niet in het hunebed maar daaromheen. Ze wilden namelijk graag onderzoeken wat er vroeger rondom het hunebed allemaal gebeurde. Ook wilden ze weten of ze de resten van de zogenaamde dekheuvel konden terugvinden. De grote stenen van de hunebedden die we nu zien waren vroeger afgedekt met een zandheuvel. Zo werd er een soort ondergrondse kamer gemaakt. In deze kamer werden doden met hun grafgiften begraven. Voorbeelden van grafgiften in hunebedden zijn zogenaamde trechterbekers. Naar de vorm van deze bekers noemen archeologen de hunebedbouwers ook wel de ‘Trechterbekercultuur’.

Vuursteen, aardewerk en een napjessteen.
De archeologen vonden inderdaad resten van de dekheuvel terug. Ook deden ze andere ontdekkingen. Zo vonden ze aardewerkscherven die waarschijnlijk voor de bouw van de dekheuvel in een soort ceremonie daar bewust zijn achtergelaten. Ook werden er vuursteenfragmenten en een grote steen met een uitgesleten kuiltje gevonden die door archeologen ook wel een napjessteen wordt genoemd. Misschien speelden napjesstenen wel een rol in rituelen?