Opkomst van de Wehrmacht in Noord-Afrika

In begin 1942 verstevigde de Panzerarmee Afrika onder leiding van Erwin Rommel haar positie na de aanval bij Gazala (mei–juni), waarbij de Duits-Italiaanse troepen een belangrijke overwinning behaalden. Ze drongen tot voorbij Bir Hacheim en begonnen direct daarna de Britse slagkracht in de Gazala-linie te ontmantelen, ook dankzij onderschepte radiocommunicatie van de Britten. De val van Tobroek op 17 juni en de omsingeling ervan markeerden een strategische triomf, maar legden tegelijkertijd de kern van de logistieke problemen bloot: gebrek aan bevoorrading, inefficiënt gebruik van de haven en uitputting van de Italiaanse transportcapaciteit.

De opmars van Rommel richting Tobruk (boven, januari-juni 1942)) en de aanval van de Panzerarmee bij Gazala (onder, eind mei/begin juni 1942), waarbij ze de Britten wisten te verslaan. Bron: Marcel Kuster

Ondanks felle aanvallen en verliezen hield de Panzerarmee stand bij Mersa Matruh, bereikt op 25 juni, maar zwaar gehavend en met nog maar 42 operationele tanks over. Midden juli zorgde luchtmacht‑overwicht van de Royal Air Force voor continue hinder. Rommel probeerde later via El Alamein door te breken, maar zijn strijdkrachten leden ernstige verliezen door gemiste bevoorrading en zware gevechten, versterkt door Britse mijnenvelden en een goed voorbereide verdediging.

Rommels aanval bij El Alamein (augustus-september 1942), ter hoogte van Alam el Halfa. Let op de opstelling van de Britse achterhoede (in lijn in de diepte), die de aanval verwachtten. Daarnaast hadden de Britten gigantische mijnenvelden aangelegd die elke mobiliteit verhinderden. Bron: Marcel Kuster

In november 1942, tijdens Operatie Supercharge, leed de Panzerarmee een zware nederlaag. Ondanks zware tegenstand en grote verliezen – 25.000 manschappen en ±200 tanks – bleven ze net op tijd terugtrekken, maar verloren ongeveer 30.000 krijgsgevangenen aan de Britten. Rommels besluit om terug te trekken, tegen Hitlers orders in, begon op 4 november; tegen 6 november lag zijn leger nog op Mersa Matruh met slechts 4 tanks over.

Terwijl zware regen en beperkte britse achtervolging tijdelijk verlichting brachten, was de kracht er definitief uit. Vanaf november kreeg Rommel te maken met een tweefronten­oorlog door de geallieerde landing in Noord‑West-Afrika (Operatie Torch). Bitse gevechten en terugtrekking via Tunesië volgden, met wisselend succes in de Slag bij Kasserinepas – een tactisch succes, maar strategisch onrendabel.

Boven: De landingen van operation Torch in Noord-Afrika (november 1942) en het arriveren van extra Duitse troepen. Onder: Panzerarmee Afrika werd verslagen bij El Alamein en trok zich ver terug tot in Tunesië (Mareth linie). Bron: Marcel Kuster

Tenslotte eindigde het Afrikatoernooi definitief: in mei 1943 capituleerden de As-mogendheden in Tunesië. Panzerarmee Afrika verloor zo’n 250.000 man en raakte materieel volledig uitgeput, waarmee het theater sloot en de troepen werden weggevoerd naar Europa.

Ga voor meer informatie naar de site van Traces of War. Je komt er via de link naar de originele bron.

Advertentie