De verhouding tussen de Franse koning Robert (996-1031) en zijn vazallen, opgetekend door Raoul Glaber, die ongeveer tussen 985 en 1046 geleefd moet hebben (hertaald):
Koning Robert, die in die tijd over het rijk van de Franken regeerde, kreeg regelmatig te maken met het slechte gedrag van een aantal brutale ondergeschikten. Dit gold vooral voor mannen die door zijn vader Hugo, zijn grootvader Hugo of door hemzelf vanuit een lage positie naar hoge functies waren gepromoveerd. Juist zij, die zich eigenlijk nederig en gehoorzaam hadden moeten opstellen, gedroegen zich trots en opstandig.
De leider van deze groep was Eudes, de zoon van Thibaut van Chartres (die bekendstond als ‘de Sluwe’). Samen met andere, minder gevaarlijke edelen kwam hij in verzet. Maar het was zijn zoon, Eudes II, die iedereen overtrof in macht en onbetrouwbaarheid.
Dit bleek duidelijk toen de graaf van Troyes en Meaux (een neef van de koning) overleed zonder kinderen na te laten. Ondanks protest van de koning nam Eudes II deze grote gebieden direct in bezit. Dit was onrechtmatig, want deze landgoederen hadden eigenlijk eigendom van koning Robert moeten worden. Daarnaast was deze zelfde Eudes verwikkeld in jarenlange vetes en oorlogen met Foulques van Anjou. Beiden waren zo vervuld van trots dat ze zelden in vrede met elkaar konden leven.