Otto Frank en het manuscript van Annes dagboek

Otto Frank heeft voor de eerste editie van Het Achterhuis in 1947 zowel de A-versie als B-versie van Annes dagboek gebruikt.

Het handgeschreven manuscript van de dagboeken van Anne Frank op basis waarvan Otto Frank de eerste editie van Het Achterhuis (1947) samenstelde, bestaat uit een roodgeruit boekje, twee gekartonneerde schriften en ruim 200 vellen doorslagpapier. Otto nam daarnaast ook vier korte verhaaltjes van Anne op in zijn editie.

Het is gebruikelijk deze handschriften achtereenvolgens dagboek A1, A2, A3 (A-versie) en de losse vellen (B-versie) te noemen.  Dagboek A1, A2 en A3 bevatten de oorspronkelijke dagboekaantekeningen van Anne Frank. Op de losse vellen (B-versie) heeft Anne Frank haar oorspronkelijke dagboekaantekeningen herschreven met het oog op een mogelijke publicatie na de oorlog. Samen met het Verhaaltjesboek, het Mooie Zinnenboek en een fotoalbum (het zogenaamde Blanco Monster Electro Huishoudboek) vormen deze handschriften de nalatenschap van Otto Frank aan de staat der Nederlanden.

Dagboek A1

Anne Frank kreeg dit roodgeruite dagboek voor haar dertiende verjaardag. Het loopt van 12 juni 1942 t/m 5 december 1942. Achterin staan nog drie notities in rode inkt, die gedateerd zijn op 2 mei 1943. Anne was er bij toen het dagboek gekocht werd, waar is niet duidelijk. ‘Ik zal maar beginnen vanaf het ogenblik dat ik je gekregen heb, dus dat ik je heb zien liggen op mijn verjaardagstafel, (want het kopen, waar ik ook bij ben geweest, telt niet mee.)’  Al op 20 oktober 1942 gaf Anne aan dat haar dagboek vol raakte. Ze plakte er witte velletjes in om het nog ‘wat te strekken’ en ze mocht Bep vragen om bij Perry langs te gaan en te kijken of daar nog dagboeken in voorraad waren.

Ontbrekende dagboeknotities

Er zijn geen dagboekaantekeningen uit de periode 5 december 1942 tot 22 december 1943 overgeleverd. Tussen dagboek A1 en A2 ontbreekt dus ruim een jaar. Wel heeft Anne deze periode opgenomen bij het herschrijven van haar dagboek op de losse vellen (B-versie). Daar uit kan geconcludeerd worden dat de ontbrekende notities wel bestaan hebben. Ook zijn er passages in Anne’s verhaaltjes die verwijzen naar het bestaan van de ontbrekende dagboekaantekeningen.

Dagboek A2

In een gekartonneerd (zwart) schoolschrift staan de dagboekaantekeningen van 22 december 1943 tot 17 april 1944. De eerste dagboekbrief begint als volgt: ‘Lieve Kitty, Vader heeft toch weer een nieuw dagboek voor me opgespoord en dat het een respectabele dikte heeft, daar kan, je je ten zijnen tijde zelf van overtuigen.’​​​​​​​

Dagboek A3

Dagboek A3 sluit aan op dagboek A2: een gekartonneerd (groengemarmerd) schoolschrift dat de periode 17 april tot 1 augustus 1944 (de laatste dagboeknotitie) beslaat. Op dinsdag 18 april 1944 schrijft Anne hierover: ‘Lieve Kitty, weer is er een schat geweest die een scheikundeschrift voor mij uit elkaar gehaald heeft om me een nieuw dagboek te bezorgen, dit keer is het Margot.’​​​​​​​

Dagboek B of de ‘Losse vellen’

In dagboek A3 schrijft Anne Frank op woensdag 29 maart 1944: ‘Lieve Kitty, Gisterenavond sprak minister Bolkesteyn aan de Oranjezender erover dat er na de oorlog een inzameling van dagboeken en brieven van deze oorlog zou worden gehouden. Natuurlijk stormden ze allemaal direct op mijn dagboek af. Stel je eens voor hoe interessant het zou zijn, als ik een roman van het Achterhuis uit zou geven, aan de titel alleen zouden de mensen denken dat het een detective-roman was.’

Twee maanden na die oproep van de minister van Onderwijs, Bolkestein, op radio Oranje, op 28 maart 1944, begon Anne daadwerkelijk met het herschrijven van haar originele dagboek. Op zaterdag 20 mei 1944 noteert ze: ‘Eindelijk na heel veel overpeinzingen ben ik dan met m’n Achterhuis begonnen, in m’n hoofd is het al zover af als het kan, maar in werkelijkheid zal het wel heel wat minder gauw gaan, als het wel ooit afkomt.’  Anne deed dit op losse, lichtgele, lichtblauwe, roze en witte doorslagvellen, die de losse vellen genoemd worden. Terwijl Anne haar dagboeken herschreef, schreef ze ook nog door in haar lopende dagboek (dagboek A). De ‘losse vellen’ beslaan de periode van 20 juni 1942 t/m 29 maart 1944. Anne heeft in ongeveer twee maanden een groot deel Dagboek A verwerkt tot Dagboek B.  

Eerste uitgave van Het Achterhuis

Otto Frank heeft voor de eerste editie van Het Achterhuis in 1947, door het ontbreken van bijna geheel 1943 in het originele manuscript, zowel Annes A-versie als Annes B-versie gebruikt.​​​​​​​ Ook nam hij vier verhaaltjes op: Het beste tafeltje, De plicht v.d. dag in de gemeenschap: Aardappelschillen!, De vrijheid in het Achterhuis en Wenn die Uhr halb neune schlägt…

Advertentie