Op 4 november 2021 schrijft actiegroep Pak Mokum terug1 in een pamflet:
Wij, collectief Pak Mokum terug, zijn jonge Amsterdammers die er genoeg van hebben. We willen ons niet langer neerleggen bij de trend dat onze stad alleen nog voor de rijken bewoonbaar is. Dat economische en commerciële belangen allesbepalend zijn. Dat we niet zelf kunnen vormgeven aan onze stad, aan haar cultuur, aan de manier waarop we leven. We claimen daarom de stad, we eisen de ruimte op voor de Amsterdammers zelf, we pakken Mokum terug. (…) Het Marnix Hotel, al jaren leegstaand en ernstig verwaarloosd, staat voor alles wat er in de afgelopen jaren verkeerd is gegaan in Amsterdam. Het historische pand is in handen van een stel hotelondernemers die nog veel meer vastgoed hebben, onttrok als budgethotel woonruimte aan de Amsterdammers omwille van het toerisme, en is jarenlang zo slecht onderhouden dat het volkomen verkrot is geraakt. (…) Wij willen het tij keren. Wij geloven dat vrijplaatsen, geworteld in de buurt, open voor bewoners en hun behoeften en initiatieven, de stad versterken. We kunnen alleen niet wachten tot de gemeente dat inziet.
noot 1 Mokum is een bijnaam voor Amsterdam.
Historische context
In de jaren 2010 en vroege jaren 2020 kende Nederland – en in het bijzonder de Randstad – een ernstige wooncrisis. Door een structureel tekort aan betaalbare woningen, stijgende huizenprijzen, flexibilisering van huurcontracten en de toename van particuliere beleggers op de vastgoedmarkt kwamen vooral starters, studenten en lagere inkomensgroepen in het gedrang. In Amsterdam werd deze druk versterkt door de sterke groei van het internationale toerisme en de transformatie van woonruimte naar hotels en vakantieverhuur (zoals Airbnb).
De actie van ‘Pak Mokum Terug’ staat in een lange traditie van stedelijk protest en de Nederlandse kraakbeweging, die met name in de jaren 1970 en 1980 haar hoogtepunt beleefde (zoals rond de kroningsrellen van 1980 onder het motto ‘Geen woning, geen kroning’). Hoewel het kraken van leegstaande panden sinds de invoering van de Wet kraken en leegstand in 2010 expliciet strafbaar is gesteld, leidde de aanhoudende woningnood vanaf 2021 opnieuw tot een opleving van zichtbare kraakacties en grootschalige landelijke woonprotesten. Jonge activisten grepen daarbij terug op beproefde methoden van burgerlijke ongehoorzaamheid om aandacht te vragen voor leegstandsspeculatie en het gebrek aan betaalbare leefruimte.