Deze spotprent bekritiseert de langdurige en paradoxale relatie tussen de Verenigde Staten en Saoedi-Arabië. Deze relatie gaat terug tot 1945 (de Quincy-overeenkomst), waarbij de VS militaire bescherming garandeerde in ruil voor een stabiele olietoevoer. Na de aanslagen van 11 september 2001 kwam dit bondgenootschap onder grote druk te staan, aangezien bleek dat de daders en hun ideologische basis vaak wortels hadden in het Saoedische wahabisme — een ultra-conservatieve stroming binnen de islam.

De tekening verbeeldt de Amerikaanse afhankelijkheid van olie (het vliegdekschip in de oliezee) als de drijvende kracht achter een buitenlandbeleid dat een ideologische tegenstander in het zadel houdt. Terwijl de VS miljarden investeert in defensie en de ‘strijd tegen terrorisme’ (gesymboliseerd door het militaire materieel), faciliteert hun economische steun aan het Saoedische koninkrijk indirect de wereldwijde verspreiding van de wahabitische doctrine. De bron legt de vinger op de zere plek van de Koude Oorlog-erfenis en de latere conflicten in het Midden-Oosten: het steunen van autoritaire regimes uit strategisch eigenbelang, zelfs als hun ideologie haaks staat op westerse democratische waarden.