Deze foto toont Otto Frank op 47-jarige leeftijd, drie jaar nadat hij met zijn gezin vanuit nazi-Duitsland naar Nederland was gevlucht. In 1936 leek de toekomst van de familie Frank in Amsterdam hoopvol. Otto was succesvol als directeur van Opekta, een bedrijf dat handelt in pectine voor het maken van jam. Hij werkte hard om zijn gezin een veilig bestaan op te bouwen, ver weg van de toenemende Jodenvervolging in zijn vaderland.

De context van 1936 is echter ambivalent. Terwijl de familie Frank integreerde in de Nederlandse samenleving, verstevigde het nationaal-socialisme in Duitsland zijn greep op de macht. Dat jaar vonden de Olympische Spelen in Berlijn plaats, die door Hitler werden gebruikt als propagandamiddel om de wereld een beeld van een vreedzaam en hersteld Duitsland voor te spiegelen. Ondertussen waren de Neurenberger rassenwetten (1935) al van kracht, waardoor Otto en zijn gezin officieel hun rechten als Duitse burgers hadden verloren.
Deze foto representeert de periode van het Interbellum waarin Joodse vluchtelingen in Nederland probeerden een nieuw leven op te bouwen, nog onwetend van de aanstaande Duitse bezetting die vier jaar later ook hun nieuwe toevluchtsoord zou treffen.