De Prinses Irene Brigade ontstond als antwoord op de Duitse inval in Nederland van mei 1940, toen een groep Nederlanders ervoor koos door te vechten in ballingschap. In januari 1941 werd in Engeland officieel de Koninklijke Nederlandse Brigade opgericht, bestaande uit twee bataljons en een staf. Deze structuur werd in augustus dat jaar bekrachtigd via Koninklijk Besluit als de Koninklijke Nederlandse Brigade “Prinses Irene”, vernoemd naar Prinses Irene, het tweede kleinkind van koningin Wilhelmina.
Aanvankelijk bestond de brigade uit ongeveer 1.500 tot 2.000 mannen: infanteristen, een verkenningseenheid, een veldartilleriebatterij en ondersteunende diensten zoals communicatie, onderhoud en medische bijstand. Begin 1943 werd de brigade omgevormd tot volledig gemotoriseerde infanterie, en Amerikaanse mariniers werden toegevoegd om krachtiger te opereren naast Britse eenheden. Ondanks haar relatief bescheiden omvang functioneerde de brigade als zelfstandige eenheid en werd ze na hevige training in Engeland klaar voor inzet.

Schouderpatch van de Irene Brigade.
In augustus 1944 landde de brigade als onderdeel van de geallieerde troepen in Normandië: eerste troepen kwamen op 6 augustus aan in Graye‑sur‑Mer, later gevolgd door grotere eenheden. Ze maakten deel uit van de First Canadian Army en leverden hun eerste gevechten bij Pont-Audemer en Saint‑Côme. Op 28 augustus bevrijdden zij Pont-Audemer en rukten daarna op naar de Seine. Deze missie toonde hun vastberadenheid en inzet tijdens de bevrijding van Frankrijk.

Opmars van de Prinses Irene Brigade vanaf Le Havre. Bron: Bert Heesen, TracesOfWar.
In september trok de brigade verder op naar Nederland en België. Op 20 september 1944 staken ze bij het Schelde‑Maas‑kanaal de grens over naar hun vaderland, waar ze opdrachten uitvoerden in Brabant als onderdeel van de XII Army Corps. Via Eindhoven, Son en Grave bereikten ze Lunen en werden belast met bewaking van een belangrijke Maasbrug. Kort daarna werkten ze mee aan Operatie Market Garden, en vochten ze in Noord-Brabant en Zeeland tot diep in de winter van 1944–1945, onder barre omstandigheden en vaak in direct contact met de vijand.
De brigade voerde ook acties uit tijdens Operatie Pheasant, gericht op de bevrijding van Tilburg. In de loop van de gevechten rond Broekhoven leden zij verliezen, maar bleven standvastig. De Prinses Irene Brigade was betrokken bij verdedigingstaken in Noord‑Beveland en Walcheren gedurende de slopende Hongerwinter. Koningin Wilhelmina, intussen teruggekeerd in Nederland, bezocht de brigade op 16 maart 1945 als erkenning voor hun inzet.
Eind april 1945 vocht de brigade bij Hedel, ten noorden van Den Bosch, waar zij drie dagen lang de Maasbrug wisten te behouden ondanks tegenaanval van Duitse troepen. Ze opereerden hierbij binnen het commando van het 116th Infantry Brigade (Royal Marines), bleven standhouden en trokken zich uiteindelijk in de nacht van 25 op 26 april terug. Voor deze acties ontvingen zij meerdere ridderordes en eer betonen.
Op 8 mei 1945, de dag van de Duitse capitulatie, marcheerde de brigade feestelijk Den Haag binnen. Ze vestigden zich in belangrijke paleizen en gebouwen, waaronder Huis ten Bosch en het Noordeinde. Hun standaard werd door Koningin Wilhelmina versierd met de Militaire Willems Orde 4e klasse. Op 13 juli 1945 werden zij officieel ontbonden, maar hun naam en tradities bleven voortleven binnen de garnizoenseenheid die later de Garderegiment Fuseliers Prinses Irene zou vormen.
Historisch gezien vertegenwoordigt de Prinses Irene Brigade niet alleen een militaire bijdrage, maar ook een symbool van Nederlandse vechtlust en betrokkenheid in bevrijdingsoperaties. Hoewel klein, leverde de brigade bijdrage in belangrijke campagnes zoals Normandië, Brabant en Zeeland en hield stand onder uitdagende omstandigheden. Na de oorlog werd haar erfenis voortgezet in het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene, dat nog steeds als ceremonieel en operationeel onderdeel van de Koninklijke Landmacht fungeert. Deze continuïteit wordt onderstreept door het ceremonieel dragen van de ‘invasion-lanyard’ door latere generaties en de fysieke bewaring van de brigadevlaggen en monumenten in garnizoenen zoals Oirschot.
In latere decennia nam de naam en geest van de brigade deel aan vredesmissies, waaronder in de voormalige Nederlandse Oost-Indië tijdens de Politionele Acties en op de Balkan en in Afghanistan. Zij dragen nog altijd de herinnering aan die eerste groep Nederlanders die weigeren te buigen, met trots voort – zoals hun motto luidt: Je Maintiendrai.
Kijk op de site van Traces of War voor veel meer informatie en bijbehorende foto´s over de Prinses Irene brigade. Je komt er via de link naar de originele bron.