Raid op Hammelburg

Eind maart 1945 gaf generaal George S. Patton, bevelhebber van het Amerikaanse Third Army, het controversiële bevel voor een diep achter de vijandelijke linies uitgevoerde verrassingsaanval op het Duitse Offiziersgevangenenkamp Oflag XIII‑B bij Hammelburg. Het doel van deze in dramatische kringen bekend geworden missie, Task Force Baum, was om de geallieerde krijgsgevangenen te bevrijden – met inbegrip van Pattons schoonzoon, luitenant-kolonel John Waters. Hoewel Patton later beweerde geen kennis te hebben van Waters’ verblijfplaats, tonen dagboekaantekeningen aan dat hij dit juist wel wist. De operatie werd vanuit diverse analyses gekarakteriseerd als egotistisch en impulsief.

Op 26 maart 1945 vertrok Task Force Baum, onder leiding van kapitein Abraham Baum, met zo’n 300 man, 16 tanks, 28 half-tracks en ondersteunende voertuigen richting Hammelburg, op ongeveer 80 km achter vijandelijke linies. Ze kregen weinig voorbereidingstijd en hadden onvoldoende kaarten en inlichtingen; vanaf het begin waren commandovoering en planningsbasis ontoereikend. Gepland was tevens luchtsteun, maar deze ontbrak tijdens cruciale momenten. Desondanks bereikten zij Vechten onderweg zware weerstand, wat leidde tot verliezen en vertraging.

Kaart van de heenweg van Task Force Baum naar het krijgsgevangenenkamp bij Hammelburg. Bron: Roger Paulissen, TracesOfWar.nl.

Toen Task Force Baum op 27 maart het kamp bereikte, troffen ze veel meer gevangenen aan dan verwacht – zo’n 1.300 Amerikaanse officieren en duizenden Serviërs. Onderzoek door de troepen leidde tot verwarring, waarbij Serviërs soms als Duitsers werden aangezien en slachtoffers vielen. Enkele Sherman-tanks reden door de omheining, maar de bevelhebbers besloten uiteindelijk dat de missie door die complexiteit en onvoorziene omstandigheden te riskant was om voort te zetten. Slechts een klein aantal overlevenden kon mee terug; de rest keerde terug naar het kamp.

De terugtocht verliep dramatisch. Bij Höllrich werd de eenheid omsingeld door Duitse eenheden – waaronder negen Hetzer-tankjagers en 200 infanteristen. De missionaire colonne werd zwaar aangevallen: binnen minuten werden alle voertuigen vernietigd of veroverd. De overlevenden ontvingen het commando zich te verdelen in kleine groepen en zich doodstil terug te trekken, maar velen werden gepakt. In totaal sneuvelden 32 leden van Task Force Baum tijdens het gevecht; de meeste anderen werden gevangen genomen of raakten gewond. Slechts zo’n 11 krijgsgevangenen en één Amerikaanse sergeant – Charles Graham – slaagden erin zelfstandig hun linies te bereiken.

Kapitein Baum raakte ernstig gewond en werd gevangengenomen, net als Waters. Zij werden in het kamp verzorgd en verbleven te midden van de achtergebleven gevangenen. Uiteindelijk werden zowel het kamp als de overgebleven gevangenen op 6 april 1945 bevrijd door de 14th Armored Division. Alle voertuigen en materieel van Task Force Baum waren verloren gegaan.

De nasleep van de mislukte missie was ernstig. Amerikaanse bevelhebbers – waaronder generaal Eisenhower – bekritiseerden Pattons besluit. Eisenhower noemde het een ondoordachte beslissing die persoonlijke motieven boven militaire noodzakelijkheid plaatste. Patton zelf sprak later van een fout omdat hij niet meer troepen had ingezonden. Ondanks zijn erkenning bleef Patton onvermurwbaar, en hij sterkte zijn eergevoel door zijn gezag over diversie te gebruiken, wat later moeilijk te verzoenen bleek met zijn eerdere verklaringen en de feitelijke inzet van zijn schoonzoon.

De “Raid op Hammelburg” wordt vandaag de dag gezien als één van de meest controversiële episodes in Pattons carrière – aangeduid als “a costly failure”. Ondanks de moed van Task Force Baum lag de nederlaag in slechte uitvoeringsplanning en twijfelachtige prioritering. De ultieme bevrijding van Oflag XIII‑B kwam pas door reguliere opmars, weken later – met 14th Armored Division die poorten opende, nadat de frontlinie was opgeschoven.

Task Force Baum verloor tijdens hun missie alle 57 voertuigen, meer dan 300 materieel en groot aantal manschappen. Hun eigen impact, hoewel door sommigen gezien als diversionaire aanval, bleek minimaal en hun lijdzaamheid kostte velen het leven. Kapitein Baum ontving postuum de Distinguished Service Cross, maar geen Medal of Honor: omdat die een formeel onderzoek vereiste, wat Patton niet wilde. Waters, ondanks gewond, overleefde de oorlog en bereikte later hogere militaire posities.

Kijk op de site van Traces of War voor veel meer informatie en bijbehorende foto´s over de raid op Hammelburg. Je komt er via de link naar de originele bron.

Advertentie