Slag om de Schelde

De Slag om de Schelde, uitgevoerd van begin oktober tot begin november 1944, was een van de zwaarste en strategisch belangrijkste veldslagen op Nederlands grondgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog. De geallieerden moesten de Westerschelde zuiveren van Duitse verdediging om de haven van Antwerpen operationeel te maken voor bevoorrading. Zonder toegang tot deze haven bleven hun aanvoerlijnen uit Normandië veel te lang en kwetsbaar.

Na de bevrijding van Antwerpen op 4 september 1944 bleef het estuarium de haven blijven blokkeren omdat Duitse troepen nog steeds Walcheren en Zeeuws-Vlaanderen beheersten. De geallieerden, geleid door het Canadese First Canadian Army onder leiding van generaal Simonds, kregen pas na het mislukken van Operatie Market Garden prioriteit om de Schelde aan te vallen. Tot dan had men zich heb gericht op andere doelen zoals Calais en Boulogne, waardoor de Duitsers de gelegenheid kregen hun positie te versterken.

De campagne begon met gevechten rond Woensdrecht en de Breskens-pocket. De moerassige polders, zware inundaties en Duitse infanterie in goed verdedigde posities maakten de gevechten grimmig. Op 13 september startten de eerste aanvallen, maar stuitten al snel op verzengend vuur, zoals bij de Black Watch Regiment: op dag één van Woensdrecht (“Black Friday”) liepen zij zware verliezen op bij een aanval over open terrein zonder dekking.

Vervolgens voerde de First Canadian Army via Series of operaties zoals Switchback een gecombineerde inzet uit met Canadese, Poolse en Britse eenheden. Men trok door Zeeuws‑Vlaanderen, over Brugge naar de voorbereidingen voor de aanval op het eiland Zuid‑Beveland en de Breskens-pocket. Dankzij amfibische troepen met Buffalo voertuigen en ingenieurs van de Royal Engineers lukte het hen ondanks het terrein en de Duitse tegenaanvallen terrein te winnen.

Bron: TracesOfWar, Marcel Kuster.

De werkelijke slag om Walcheren speelde zich af in de eerste week van november onder codenaam Operatie Infatuate. De geallieerden ondernamen invasies over zee en het landschap via de smalle Walcheren Causeway. Ze staken leidingen door de dijken heen om eilandbewoners te evacueren en raakten de Duitse batterijen bij Westkapelle en Vlissingen zwaar beschadigd. Marines, commando-eenheden en amfibische troepen wisten de zwaar verdedigde aanvalssectoren te veroveren, waarna de eilandverdediging instortte en Walcheren volledig viel in geallieerde handen tussen 1 en 8 november 1944.

In totaal leed de First Canadian Army bijna 13.000 verliezen, waaronder meer dan 6.300 Canadezen. Tegenstanders verloren naar schatting gelijkaardige aantallen of nog meer. Meer dan 41.000 Duitsers werden gevangen genomen. Het ontmijnen van de Westerschelde duurde daarna nog drie weken. Pas op 28 november arriveerde het eerste konvooi met voorraden in Antwerpen – een cruciaal keerpunt in de bevoorrading van de geallieerde fronttroepen richting Duitsland.

Historisch gezien wordt de Slag om de Schelde gezien als een van de dodelijkste en moeilijkste campagnes van de Tweede Wereldoorlog. Voor Canada was het de zwaarste inzet ooit, qua verliezen en complexiteit. De operatie illustreert het belang van logistiek en planning in grootschalige operaties: de vertraging door Market Garden gaf de Duitsers de kans hun verdediging stevig te organiseren. Pas toen de Schelde was geopend kon Antwerpen dienen als strategische hub voor de opmars naar Duitsland.

Kijk op de site van Traces of War voor veel meer informatie en bijbehorende foto´s over de slag om de Schelde. Je komt er via de link naar de originele bron.

Advertentie