Rond 1770 schrijft Pieter van Dyk een taalinstructieboekje over het Sranantongo, een taal die wordt gesproken in de Nederlandse kolonie Suriname. Op het titelblad staat:
Ten dienste van kooplieden die daar handelen, eigenaren en directeuren van plantages, timmerlieden, smeden en anderen (…) om in korte tijd de slaven te
kunnen verstaan en zichzelf verstaanbaar te maken. (…) Met lessen in dialogen; hoe en op welke wijze geliefd te worden, zonder over te gaan op
onmenselijke wreedheden die soms voorkomen [op plantages]. Die [wreedheden] volstrekt tot niets anders kunnen dienen dan om van goede
slaven, kwade slaven te maken, tot onvermijdelijk nadeel van de geïnteresseerden. Dit alles na vele jaren beproeving en ondervinden opgesteld en aan het licht gebracht.

Gedrukte titelpagina van een handboek geschreven door Pieter van Dyk, uitgegeven door de Erven van de Weduwe Jacobus van Egmont aan de Reguliersdwarsstraat (“Reguliers Bree-Straat”) te Amsterdam.
Transcriptie van de kern:
“NIEUWE EN NOOIT BEVOORENS GEZIENE ONDERWYZINGE In het BASTERT ENGELS, Of NEEGER ENGELS, Zoo als het zelve in de Hollandsze Colonien gebruikt word. Dienstig voor alle Koop-Luiden, die daar op Handelen, Eigenaaren en Directeuren der Plantagien, Timmer-Luiden, Smits en anderen, die op dezelven zyn; Om in korten Tyd de Slaaven te konnen Verstaan en van dezelven Verstaan te worden. Met volkoomene Onderrigting, by Maniere van t’Zaamen-Spraaken, hoe en op wat wyze zig Ontzien en Bemind te maaken, zonder over te gaan tot zoodaanige Onmenslyke Wreedheedens, als daar zomtyds in het Werk worden gesteld; Die volstrekt nergens anders toe konnen dienen dan om, van Goede, Kwaade Slaaven te maaken, tot onvermydelyk Nadeel der Geïnteresseerdens. Alles, na veel Jaarige Beproeving en Ondervinding, Opgesteld en in het Ligt gebragt Door PIETER VAN DYK.”
Hertaling in hedendaags Nederlands:
Nieuwe en nooit eerder vertoonde handleiding in het ‘basterd Engels’ of ‘negerengels’ (Sranantongo), zoals dat in de Nederlandse koloniën wordt gesproken. Bedoeld voor handelaren, plantage-eigenaren, directeuren, timmerlieden, smeden en anderen die op plantages werken, om in korte tijd slaafgemaakten te kunnen verstaan en door hen begrepen te worden. Met volledige instructies in de vorm van voorbeeldgesprekken over hoe men ontzag en sympathie kan wekken, zonder over te gaan tot de onmenselijke wreedheden die soms worden toegepast. Zulke wreedheden zorgen er volgens de auteur slechts voor dat goede tot kwaadwillende slaafgemaakten worden gemaakt, wat leidt tot economische schade voor de eigenaren. Samengesteld op basis van jarenlange eigen ervaring door Pieter van Dyk.
Historische context
Tijdens de achttiende eeuw vormde Suriname een van de belangrijkste plantagekoloniën van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, bestuurd en geëxploiteerd door de Sociëteit van Suriname en de West-Indische Compagnie (WIC). De economie draaide volledig op grootschalige slavernij en de productie van handelsgewassen zoals suiker, koffie, cacao en katoen voor de Europese markt. Om de plantages draaiende te houden, werden honderdduizenden tot slaaf gemaakte Afrikanen via de trans-Atlantische slavenhandel naar het gebied gedeporteerd.
In deze multiculturele en meertalige koloniale context ontwikkelde zich het Sranantongo (destijds door Europeanen pejoratief aangeduid als ‘Neger-Engels’ of ‘Basterd-Engels’) als lingua franca om communicatie tussen slaafgemaakten onderling en tussen meesters en slaafgemaakten mogelijk te maken. Pieter van Dyk, die zelf als blankofficier en plantagedirecteur in Suriname had gewerkt, stelde met dit boekje het allereerste gedrukte leerboek en woordenlijst van het Sranantongo samen.
De bron toont een typerende achttiende-eeuwse koloniale mentaliteit: Van Dyk waarschuwt weliswaar tegen “onmenselyke wreedheden”, maar doet dit niet uit humanitaire of abolitionistische overwegingen. Geweld en mishandeling worden vooral afgewezen omdat ze contraproductief zouden zijn voor de plantagediscipline en zouden leiden tot “nadeel der geïnteresseerdens” (financieel verlies voor de plantage-eigenaar). Het doel van de taalgids was puur praktisch: de effectieve beheersing, controle en uitbuiting van tot slaaf gemaakten op de plantages optimaliseren.
Gebaseerd op: Nieuwe en nooit bevoorens geziene onderwyzinge in het bastert engels, of … – Pieter van Dyk – Google Boeken