In de natte kleigrond van de Wieringermeerpolder werd bij archeologisch onderzoek in 2007 een zeer bijzondere vondst gedaan. De kraanmachinist die op de opgraving meehielp zag tijdens het graafwerk opeens een stuk hout. En goed dat hij het zag. Het was namelijk niet zomaar een stuk hout, maar een prehistorische kano! Omdat het zo’n bijzondere maar ook kwetsbare vondst was, besloten de archeologen de kano in z’n geheel op te tillen. Dit deden ze door een grote ijzeren bak te bouwen in de grond waarin de kano was gevonden. Zo kon het veilig naar Lelystad worden vervoerd, waar de kano verder werd onderzocht.
Een prehistorische kano
Het vaartuig is een zogenaamde ‘boomstamkano’: een boot gemaakt van een uitgeholde boomstam. Op verschillende plekken in de kano zaten houten ribben, waarschijnlijk om de boot te verstevigen. Ook vonden de onderzoekers meerdere verkoolde plekken. Misschien hebben ze aan boord vuurtjes gemaakt voor licht. Op die manier werd ook gevist: de vissen komen op het licht af. Vuur werd ook gebruikt om zo een kano uit te hakken. Helaas werd er ook een grote beschadiging ontdekt: eerder is bij het droogmaken van de Wieringermeerpolder een grote buis dwars door de kano aangelegd.

De Trechterbekercultuur
Het hout van de kano werd onderzocht. Daaruit bleek dat de boot tussen 3300 en 3000 v.Chr. is gemaakt. Dit valt in de tijd van de Trechterbekercultuur, dezelfde groep mensen die de hunebedden bouwden die we voornamelijk in Drenthe nog terugvinden. Zij leefden ook in Noord-Holland, waar hun aardewerk en vuursteen zijn teruggevonden. Omdat we weinig weten over hun leven hier is deze vondst zo belangrijk. Het vertelt ons dat de Trechterbekercultuur kano’s gebruikte om zich door het waarschijnlijk nogal natte gebied te verplaatsen. Misschien voeren zij ook naar andere plekken in Nederland?