Verdediging in de steentijd

Rond 5300 v.Chr. kwamen de eerste boeren naar het gebied dat nu Nederland is. Ze vestigden zich in Zuid-Limburg op de vruchtbare lössgronden. Deze mensen maakten potten van aardewerk die ze versierden met banden gevuld met lijnen en stippen. Daarom noemen we deze groep ook wel de bandkeramische cultuur. Ze woonden in groepen huizen die ze vaak bij een beekje of een rivier bouwden, zodat er altijd water in de buurt was. Al snel waren er veel van dit soort nederzettingen in Zuid-Limburg. Soms was het nodig een woonplaats te verdedigen. Dan groeven de bewoners een ring aan greppels en kuilen om hun nederzetting heen. De grond die daarmee omhoog kwam, gebruikten ze om een verhoging van aarde langs de greppels te bouwen. Daar stond eventueel een palissade op. Zo was de nederzetting rondom verdedigd. Zo’n verdedigingswerk van de bandkeramische cultuur noemen we een Erdwerk. Dat is een Duits woord dat ‘aardwerk: gebouwd met aarde’ betekent.

Twee Erdwerke in gemeente Beek

In Duitsland en België werden er eerder nederzettingen gevonden met zo’n Erdwerk er omheen. Maar in Nederland konden archeologen lange tijd geen bewijs vinden dat de eerste boeren hier ook zulke verdedigingswerken bouwden. Tot in 2005, toen archeologen in Beekerveld sporen in de grond vonden van greppels en kuilen om een nederzetting heen. Dit is het eerste bandkeramische Erdwerk dat in Nederland is gevonden. Twee jaar later was het in dezelfde gemeente, in Beek, weer raak: archeologen vonden een tweede exemplaar bij een andere nederzetting!

Advertentie