Verklaring betreffende het kampnummer van Otto Frank (Auschwitz)

Deze verklaring is een ijzingwekkend administratief bewijs van de ontmenselijking tijdens de Holocaust. Bij aankomst in het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz werden gevangenen die niet direct naar de gaskamers werden gestuurd, geregistreerd als dwangarbeider. Kenmerkend voor Auschwitz was dat het identificatienummer op de linkeronderarm van de gevangene werd getatoeëerd.

Otto Frank, vader van Anne, kreeg het nummer B-9174. Het tatoeëren diende een praktisch doel voor de SS — het onmogelijk maken van anonimiteit en het vergemakkelijken van de administratie bij overlijden — maar het was bovenal een symbool van de totale reductie van een mens tot een nummer.

De datum van dit document, 19 februari 1945, is cruciaal. Het kamp was toen net drie weken bevrijd. Otto Frank was een van de weinige overlevenden die te zwak was om door de Duitsers meegevoerd te worden op de ‘dodenmarsen’. Terwijl hij in de ziekenboeg van het bevrijde kamp verbleef, werden deze verklaringen opgesteld om de identiteit van de overlevenden officieel vast te leggen voor hun latere repatriëring. Het document markeert de overgang van de status van ‘Häftling’ (gevangene) naar die van ‘survivor’ (overlevende).

Advertentie