Stel: jij leeft in het begin van de nieuwe steentijd in het westen van Nederland. Je bent jager-verzamelaar, dat betekent dat je leeft van het jagen op wilde dieren en het verzamelen van planten. Je trekt met je familie van kamp naar kamp. Maar in het gebied dat wij nu Zuid-Limburg noemen, wonen mensen die het heel anders doen. Dat zijn boeren en zij wonen in een vast dorpje. Dat was de situatie in Nederland ongeveer 7000 jaar geleden.
Een archeologische puzzel
Na ongeveer duizend jaar gingen de verschillende groepen mensen die in het westen en noorden van wat nu Nederland leefden ook vee houden en gewassen verbouwen. Maar zij deden ook nog aan jacht, visvangst en het verzamelen van planten. Ze woonden ook niet vast op één plek. Het zou nog eens duizend jaar duren voordat deze groepen mensen helemaal over zouden gaan op een boerenbestaan. Voor archeologen is het nog steeds niet duidelijk waarom dit zo lang duurde, en wanneer en hoe het precies gebeurde. Daarom levert elke ontdekking van vondsten uit de nieuwe steentijd nog een stukje van de puzzel op voor archeologen. Zo was het ook in 2003 toen een opgraving in Schipluiden plaatsvond.

Een puzzelstukje
Hier vonden archeologen een plek waar een groep mensen had gewoond die vee hielden en gewassen verbouwden, maar ook jaagden en vooral veel vis aten. Wat heel bijzonder is, is dat er twee eeuwen lang mensen op deze plek hebben geleefd. Ze trokken dus niet meer rond van kamp naar kamp. Dat maakt Schipluiden een van de eerste vindplaatsen in West-Nederland waar mensen lange tijd op één plek bleven wonen. Overigens betekent dat niet dat iedereen dat nu overal deed. Vlakbij in Hekelingen leefden vijfhonderd jaar later mensen die van kamp naar kamp gingen. Het blijft dus een ingewikkelde puzzel voor archeologen!