Jan en Huib Pellikaan drinken een drankje na wilgen gesneden of gehakt te hebben in een griend in de Kornse Boezem, een natuurgebied bij Dussen. Een griend of ham is een vochtig stuk land, vaak buitendijks gelegen aan een rivier. Hier groeide men wilgen. Van de takken van de wilg kun je veel verschillende dingen maken zoals manden, bezems, meubels of zelf daken. Griendwerkers sneden of hakten de takken van de wilgen en pelden de bast van de wilgentenen. Griendwerkers werden ook wel grienduilen genoemd, omdat zij voor hun werk lang weg waren in de natuur en eigenlijk door niemand gezien werden. In de tweede helft van de twintigste eeuw verdween het beroep van griendwerker, omdat er minder vraag was naar wilgentenen.
