Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 was Canada als dominion van het Britse Rijk automatisch in oorlog met Duitsland en zijn bondgenoten. In de eerste oorlogsjaren bestond het Canadese leger (het Canadian Expeditionary Force) uitsluitend uit vrijwilligers. Naarmate de loopgravenoorlog aan het westelijk front voortduurde en de slagen bij Ieper (1915), de Somme (1916) en Passendale (1917) leidden tot tienduizenden slachtoffers, daalde het aantal nieuwe vrijwillige aanmeldingen drastisch.
Om het tekort aan manschappen aan te vullen, lanceerde de overheid via organisaties zoals de Central Recruiting Committee intensieve propagandacampagnes. Deze posters speelden doelgericht in op emoties zoals schuldgevoel, kameraadschap en loyaliteit. De soldaat aan het front werd afgebeeld in acute nood, waardoor de toeschouwer thuis direct verantwoordelijk werd gemaakt voor het lot van zijn landgenoten. Toen vrijwillige werving uiteindelijk onvoldoende bleek, voerde premier Robert Borden in 1917 de dienstplichtwet in (Military Service Act), wat leidde tot zware politieke en maatschappelijke spanningen, met name tussen Engels- en Franstalige Canadezen (de Dienstplichtcrisis van 1917).

Op een donkerblauwe achtergrond is een geknielde soldaat in uniform te zien die via een veldtelefoon spreekt. Hij draagt een veldmuts met embleem, beenkappen (puttees) en heeft een draagbare telefoonkast om zijn schouder hangen met een kabel die over de grond loopt. Op de achtergrond zijn vage contouren van bomen of rookwolken zichtbaar.
Bovenaan staat in grote, witte hoofdletters de tekst:
“‘SEND MORE MEN'”
Onderaan staat de aansporende tekst met onderstreping ter benadrukking:
“WON’T YOU ANSWER THE CALL”
Vertaling:
“‘Stuur meer mannen’ – Beantwoord JIJ de oproep?”
Het Engelse woord “call” fungeert hier als een dubbelzinnigheid (woordspeling): het verwijst zowel letterlijk naar het telefoongesprek van de soldaat aan het front als figuurlijk naar de plichtmatige ‘oproep’ aan burgers om zich vrijwillig aan te melden voor het leger.